NL
NL


EUROPESE

COMMISSIE

Brussel, 14.7.2021
COM(2021) 559 final
2021/0223 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking
van Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
{SEC(2021) 560 final} - {SWD(2021) 631 final} - {SWD(2021) 632 final} -
{SWD(2021) 637 final} - {SWD(2021) 638 final}
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Dit voorstel betreft de vaststelling van een nieuwe verordening voor de uitrol van
infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. De nieuwe verordening impliceert dat
Richtlijn 2014/94/EU
1
van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitrol van
infrastructuur voor alternatieve brandstoffen zal worden ingetrokken.
1.1.
Motivering en doel van het voorstel
Mobiliteit en vervoer zijn essentieel voor iedere Europese burger en voor onze hele
economie. Vrij verkeer van personen en goederen over de binnengrenzen van de Europese
Unie is een van de fundamentele vrijheden van de EU en haar interne markt. Mobiliteit
biedt Europese burgers en bedrijven talrijke sociaaleconomische voordelen maar heeft ook
een steeds grotere impact op het milieu, onder meer in de vorm van een toename van de
uitstoot van broeikasgassen en plaatselijke luchtverontreiniging, die de gezondheid en het
welzijn van de mens aantasten.
In december 2019 heeft de Commissie de mededeling
2
over de Europese Green Deal
aangenomen. In de Europese Green Deal wordt opgeroepen de uitstoot van
broeikasgasemissies door vervoer met 90 % te verminderen. Het is de bedoeling de
economie van de EU tegen 2050 klimaatneutraal te maken en de verontreiniging tegelijk tot
nul te herleiden. In september 2020 heeft de Commissie haar voorstel voor een Europese
klimaatwet aangenomen. Daarin is bepaald dat de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen
2030 ten minste 55 % lager moet liggen dan in 1990 en dat Europa een verantwoorde koers
moet varen om tegen 2050
3
klimaatneutraal te worden. In de mededeling
4

een ambitieuzere
klimaatdoelstelling voor Europa voor 2030
wordt gewezen op het belang van een
holistische benadering van grootschalige en lokale infrastructuurplanning en op de behoefte
aan een passende uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen om de transitie
naar een nagenoeg emissievrij wagenpark tegen 2050 te ondersteunen. Op 21 april 2021
bereikten de Raad en het Parlement een voorlopig politiek akkoord over de Europese
klimaatwet.
In december 2020 heeft de Commissie de mededeling
5
“Strategie voor duurzame en slimme
mobiliteit” aangenomen. Die legt de basis voor de manier waarop die transformatie van het
EU-vervoerssysteem kan worden bewerkstelligd en bevat concrete mijlpalen om het
vervoerssysteem op koers te houden naar een slimme en duurzame toekomst. De
vervoerssector is nog steeds sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor alle
vervoerswijzen is het bevorderen van het gebruik van emissievrije en emissiearme
voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen en van hernieuwbare en koolstofarme
brandstoffen een prioritaire doelstelling om de hele vervoerssector duurzamer te maken.
Het toenemende aanbod en gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen moet
hand in hand gaan met de uitrol van een billijk geografisch gespreid omvattend netwerk van
laad- en tankinfrastructuur om grootschalig gebruik van emissiearme en emissievrije
voertuigen in alle vervoerswijzen mogelijk te maken. Met name op de markten voor
personenauto’s zullen consumenten pas op grote schaal voor emissievrije voertuigen kiezen
als zij er zeker van zijn dat zij hun voertuig overal in de EU en kunnen bijladen of tanken
1
PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1.
2
COM(2019) 640 final.
3
COM(2020) 563 final.
4
COM(2020) 562 final.
5
COM(2020) 789 final.
NL
1
NL
en als dat even gemakkelijk wordt als voor voertuigen op conventionele brandstoffen. Het
is belangrijk dat geen enkele regio of gebied van de Unie achterblijft en dat regionale
verschillen in de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen adequaat worden
aangepakt bij de opstelling en uitvoering van nationale beleidskaders.
Richtlijn 2014/94/EU betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen
(“de richtlijn”) voorziet in een kader met gemeenschappelijke maatregelen voor de uitrol
van dergelijke infrastructuur in de EU. De lidstaten moeten nationale beleidskaders
ontwikkelen om markten voor alternatieve brandstoffen te creëren en ervoor zorgen dat er
voldoende openbaar toegankelijke laad- en tankpunten komen, met name om het vrije
grensoverschrijdende verkeer van dergelijke voertuigen en vaartuigen op het TEN-T-
netwerk mogelijk te maken. In haar recente verslag over de toepassing van Richtlijn
2014/94/EU betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen
constateert de Commissie dat enige vooruitgang is geboekt bij de uitvoering
6
van de
richtlijn. De tekortkomingen van het huidige beleidskader zijn echter ook duidelijk
zichtbaar: aangezien er voor de lidstaten geen gedetailleerde en bindende methode bestaat
om streefcijfers te berekenen en maatregelen vast te stellen, loopt het ambitieniveau bij de
vaststelling van streefcijfers en de ondersteuning van het bestaande beleid sterk uiteen. In
het verslag wordt echter geconcludeerd dat er nog geen sprake is van een uitgebreid en
volledig infrastructuurnetwerk voor alternatieve brandstoffen in de Unie als geheel. Evenzo
heeft de Europese Rekenkamer in haar speciaal verslag over laadinfrastructuur opgemerkt
dat er grote belemmeringen blijven bestaan voor het reizen in de EU met elektrische
voertuigen en dat de uitrol van oplaadinfrastructuur in de Unie moet worden versneld
7
.
De Commissie heeft een ex-postevaluatie van deze richtlijn
8
uitgevoerd. Daaruit is
gebleken dat de richtlijn niet het adequate instrument is om de verhoogde klimaatambitie
voor 2030 te verwezenlijken. Een van de belangrijkste problemen is dat de
infrastructuurplanning van de lidstaten doorgaans onvoldoende ambitieus, consistent en
coherent is, waardoor de infrastructuur ontoereikend blijft of ongelijk is gespreid. Er zijn
nog steeds problemen met de interoperabiliteit van de fysieke aansluitingen, terwijl er
nieuwe problemen op het gebied van communicatienormen zijn ontstaan, onder meer
inzake de uitwisseling van gegevens tussen de verschillende actoren in het ecosysteem voor
elektromobiliteit. Ten slotte ontbreekt het aan transparante consumenteninformatie en
gemeenschappelijke betalingssystemen, wat de acceptatie door gebruikers beperkt. Zonder
verdere EU-maatregelen zal dit gebrek aan interoperabele, gemakkelijk te gebruiken
oplaad- en tankinfrastructuur wellicht een belemmering worden voor de noodzakelijke
marktgroei van emissiearme en emissievrije voertuigen, vaartuigen en — in de toekomst —
luchtvaartuigen.
Dit voorstel maakt deel uit van het algemeen pakket gerelateerde beleidsinitiatieven in het
kader van het “Fit for 55”-pakket. Deze beleidsinitiatieven stemmen overeen met de
maatregelen die in alle sectoren van de economie nodig zijn in aanvulling op de nationale
inspanningen om de verhoogde klimaatambitie voor 2030 te verwezenlijken, zoals
beschreven in het werkprogramma 2021
9
van de Commissie.
Met dit initiatief wil de Commissie de beschikbaarheid en bruikbaarheid van een fijnmazig
en omvattend netwerk van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in de hele EU
6
COM(2021) 103 final
7
Europese Rekenkamer (2021): Speciaal verslag 05/2021:
Infrastructuur voor het opladen van
elektrische voertuigen: meer oplaadstations, maar ongelijkmatige uitrol compliceert reizen door de
EU.
8
SWD(2021) 637: Evaluation of Directive 2014/94/EU of the European Parliament and of the Council
on the deployment of alternative fuels infrastructure.
9
COM(2020) 690 final.
NL
2
NL
waarborgen. Alle gebruikers van voertuigen op alternatieve brandstof (met inbegrip van
schepen en luchtvaartuigen) moeten zich in de hele Unie gemakkelijk kunnen verplaatsen
dankzij essentiële infrastructuur zoals snelwegen, havens en luchthavens. De specifieke
doelstellingen zijn: i) in alle lidstaten de beschikbaarheid van minimuminfrastructuur
waarborgen om het beoogde gebruik van voertuigen op alternatieve brandstof voor alle
vervoerswijzen te ondersteunen om de klimaatdoelstellingen van de EU te halen; ii) de
volledige interoperabiliteit van de infrastructuur waarborgen; en iii) zorgen voor volledige
gebruikersinformatie en adequate betalingsopties.
Om de doelstelling van de Europese Green Deal inzake de reductie van de
broeikasgasemissies door vervoer te halen en in de EU een gemeenschappelijke
vervoersmarkt te ontwikkelen, moet het Europese vervoersnetwerk emissiearme en
emissievrije voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen volledige connectiviteit en een
naadloze gebruikerservaring bieden. Dat vereist op zijn beurt voldoende kwantiteit en
volledige interoperabiliteit van de infrastructuur over de grenzen heen. Die doelstellingen
kunnen alleen worden bereikt met een gemeenschappelijk Europees regelgevingskader. Dit
initiatief zal bijdragen tot een coherente en consistente ontwikkeling en uitrol van
wagenparken, laad- en tankinfrastructuur en gebruikersinformatie en -diensten.
1.2.
Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dit initiatief spoort met de andere beleidsinitiatieven van het “Fit for 55”-pakket. Het vormt
met name een aanvulling op: i) de verordeningen tot vaststelling van CO
2
-emissienormen
voor nieuwe personenauto’s
10
, nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen
11

en zware
bedrijfsvoertuigen; en ii) het wetgevingsvoorstel voor de vaststelling van nieuwe CO
2
-
emissienormen voor nieuwe auto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen na 2020, die
eveneens deel uitmaken van het “Fit for 55”-pakket
12
. De CO
2
-emissienormen vormen een
sterke stimulans voor de uitrol van emissiearme en emissievrije voertuigen, waardoor er
ook vraag naar infrastructuur voor alternatieve brandstoffen wordt gecreëerd. Dit initiatief
zal die transitie mogelijk maken door te waarborgen dat er voldoende openbare laad- en
tankinfrastructuur voor lichte en zware wegvoertuigen beschikbaar is.
Er bestaat ook een sterke synergie tussen dit initiatief en de herziening van de richtlijn
hernieuwbare energie
13
, het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en
de Raad inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer
(RefuelEU Luchtvaart)
14
en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement
en de Raad betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de
zeevaart (FuelEU Zeevaart)
15
, waarin verplichtingen worden vastgesteld met betrekking tot
10
Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van CO
2
-
emissienormen voor nieuwe personenauto's en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van
Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011 (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 13).
11
Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van CO
2
-
emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr.
595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad
(PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202).
12
COM (2021) 556. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging
van Verordening (EU) 2019/631 wat betreft de aanscherping van de CO
2
-emissienormen voor nieuwe
personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig de verhoogde klimaatambitie van
de Unie.
13
Richtlijn (EU) 2018/2001.
14
COM (2021) 561, voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het
waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer.
15
COM (2021) 562, voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende
het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart.
NL
3
NL
