> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Prinses Irenestraat 6
2595 BD DEN HAAG
Datum 30 mei 2023
Betreft Herijkte missies van het missiegedreven innovatiebeleid
Geachte Voorzitter,
We staan voor grote maatschappelijke uitdagingen. De omslag naar een
klimaatneutrale en circulaire economie, de transitie in de landbouw en het
landelijk gebied, en de sterk veranderde geopolitieke situatie zijn een aantal van
de opgaven van deze tijd. Deze kunnen we alleen het hoofd bieden door samen te
werken aan innovatieve oplossingen. In de eerdere Kamerbrief Innovatie en
Impact, van 11 november jl.1, heb ik samen met mijn collega van OCW de inzet
van dit kabinet op innovatie toegelicht. Nu informeer ik uw Kamer over de
voortgang op het missiegedreven innovatiebeleid. Een belangrijk ijkpunt daarbij is
het vernieuwen van het huidige Kennis-en Innovatieconvenant, dat eind 2023
afloopt. Als eerste stap heeft het kabinet de missies herijkt, hier ga ik in deze brief
nader op in. De komende periode zal het kabinet gebruiken om toe te werken
naar een nieuw Convenant voor de periode 2024-2027, dat eind dit jaar
gepresenteerd zal worden.
Het missiegedreven innovatiebeleid
Het missiegedreven innovatiebeleid levert een bijdrage aan de verschillende
beleidsdoelstellingen. Met het missiegedreven innovatiebeleid2 bundelen we de
inzet van overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke
organisaties. Door concrete missies te formuleren, werken we gezamenlijk toe
naar de oplossingen voor deze uitdagingen en creëren we economische en
maatschappelijke impact. Dit doen we met een internationale blik: we versterken
nationale onderzoek-en innovatie-ecosystemen door publiek-private
samenwerking te stimuleren, en we zorgen hierbij voor goede aansluiting op
Europese programma’s zoals Horizon Europe3.
In de afgelopen periode (2020-2023) hebben we positieve ervaringen opgedaan
met deze aanpak. We hebben geleerd dat het werken met missies veel energie
losmaakt en dat partijen elkaar kunnen vinden op de gezamenlijke doelstellingen.
We zien dat deze aanpak internationaal steeds meer navolging krijgt, zoals in
Duitsland, Noorwegen en Zweden4. We gaan daarom door met deze aanpak, en
1 Kamerstuk 33009, nr. 117.
2 Kamerstuk 33009, nr. 63.
3 Het EU-Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat loopt van 2021 t/m 2027.
4 Meer informatie over de aanpak in verschillende landen is te vinden op het OESO-platform voor Mission-Oriented
Innovation Policies https://stip-pp.oecd.org/moip/
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Bezoekadres
Bezuidenhoutseweg 73
2594 AC Den Haag
Postadres
Postbus 20401
2500 EK Den Haag
Overheidsidentificatienr
00000001003214369000
T 070 379 8911 (algemeen)
F 070 378 6100 (algemeen)
www.rijksoverheid.nl/ezk
Ons kenmerk
DGBI – I&K/ 26844711
Pagina 1 van 8
we zien ook mogelijkheden om deze verder te verbeteren: met meer focus en
meer nadruk op valorisatie en marktcreatie. We geven meer richting aan de
gezamenlijke inspanningen binnen het missiegedreven innovatiebeleid door vijf
centrale missies te formuleren.
Daarnaast vraagt innovatie, naast onderzoeksprogrammering, om inzet van de
overheid op het creëren van de juiste randvoorwaarden. De ervaring leert
namelijk dat de toepassing en de opschaling van kansrijke innovatie meer
aandacht behoeft. Het kabinet legt extra nadruk op valorisatie en impact, zoals
toegelicht in de Kamerbrief Innovatie en impact5. Naast een sterke kennisbasis en
financiering, is het de taak van de overheid om te zorgen voor passende wet- en
regelgeving, de juiste randvoorwaarden en een innovatief inkoopbeleid. Het
vraagt om samenwerking tussen de departementen en andere
overheidsorganisaties, maar ook met bedrijven, kennisinstellingen en andere
organisaties, om te zien wat waar nodig is en om de juiste acties in gang te
zetten. Daarbij is er geen uniforme aanpak die overal werkt: de omslag naar een
circulaire economie vraagt bijvoorbeeld om een andere aanpak dan
arbeidsbesparende innovatie in de zorg.
Missiegedreven Innovatiebeleid
In het missiegedreven innovatiebeleid werken overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere
stakeholders samen aan innovatie voor economische en maatschappelijke impact. Dit doen we aan
de hand van missies, ofwel ‘moonshots’. We dagen innovatoren uit om met concrete oplossingen te
komen voor de uitdagingen waar Nederland voor staat. Deze inzet bundelen we in gezamenlijke
Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA's). Departementen kunnen de missies daarnaast ook inzetten als
richtinggevend kader voor hun publieke inzet op kennis en innovatie. Het Kennis en
Innovatieconvenant (KIC) weerspiegelt de inzet en de middelen die publieke en private partners
bundelen voor onderzoek en innovatie op de missies. Op deze manier kunnen we met innovatieve
oplossingen nationaal en internationaal bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen en zo
economische kansen verzilveren.
Herijking missies
De missies zijn herijkt ten opzichte van 2019, om recht te doen aan de grote
uitdagingen waar Nederland nu voor staat, namelijk op de terreinen van:
energietransitie en circulaire economie, gezondheid en zorg, landbouw, water en
voedsel, en veiligheid. Het kabinet heeft vijf centrale missies gedefinieerd voor het
missiegedreven innovatiebeleid:
• Energietransitie: Nederland klimaatneutraal in 2050;
• Circulaire Economie: Nederland volledig circulair in 2050;
• Gezondheid & Zorg: Mensen in Nederland leven 5 jaar langer gezond en
er zijn 30% minder gezondheidsverschillen tussen sociaal-economische
groepen in 2040;
• Landbouw, Water en Voedsel: Een vitaal landelijk gebied en een
veerkrachtige natuur in een klimaatbestendig Nederland. Water en bodem
zijn sturend, het landbouw- en voedselsysteem is duurzaam en gezond en
de delta is veilig;
5 Kamerstuk 33009, nr. 117.
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 2 van 8
• Veiligheid: Nederland is veilig en weerbaar tegen externe dreigingen en
ondermijnende criminaliteit, zowel in de fysieke omgeving als het digitale
domein.
Deze vijf centrale missies worden verder uitgewerkt in specifieke missies per
thema, die hieronder verder worden toegelicht.
Energietransitie:
Om in 2050 en daarna een leefbare aarde te hebben, moeten we een grote
inspanning doen ten aanzien van het klimaat. We willen de nationale
broeikasgasuitstoot in 2030 terugdringen met 55% ten opzichte van 1990. Het
streven is zelfs 60%-reductie. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050
klimaatneutraal is. Dat betekent dat we onder meer gaan werken aan de
verduurzaming van het elektriciteitssysteem en de gebouwde omgeving waarin
aardgas geen rol meer speelt en mensen gezond en veilig kunnen leven, een
klimaatneutrale en concurrerende industrie, emissieloze mobiliteit, een volledig
circulaire economie en een klimaatneutrale landbouw.
Deze transitie raakt daarbij gedeeltelijk aan andere transities die o.a. een
toepassing kennen binnen het domein van klimaat en energie, zoals (economische
veiligheid), water en bodem duurzame mobiliteit, circulariteit, materiaalgebruik,
levensduurverlenging, klimaatdaptatie van de geboude omgeving, arbeidsmarkt
en digitalisering. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze klimaat- en
energiemissie, wordt uitgewerkt in de herijkte Integrale Kennis en
InnovatieAgenda Klimaat en Energie. De centrale missies Klimaat & Energie en
Circulaire Economie hebben een doorsnijdend karakter, die ook in de andere
thematische Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) aan bod zullen komen.
Daarnaast zijn aanvullende duurzaamheidsonderwerpen t.a.v. mobiliteit en
gebouwde omgeving middels eigen programma’s opgenomen binnen het bredere
thema Energietransitie en Circulariteit.
De missies voor energietransitie luiden:
- Een volledig CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2050;
- Een CO2-vrije en toekomstbestendige gebouwde omgeving in 2050;
- Een klimaatneutrale industrie met hergebruik van grondstoffen en
producten in 2050;
- Emissieloze en toekomstbestendige mobiliteit voor mensen en goederen in
2050.
Circulaire Economie
In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en
duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten
kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de
waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden,
waardoor er bijna geen afval meer is. Het effect is dat we met het gebruik van
grondstoffen in productie en consumptie geen CO2-uitstoten, geen vervuiling
veroorzaken, de biodiversiteit verbeteren en de leveringszekerheid van
grondstoffen verbeteren.
Met het circulair maken van ons grondstoffengebruik, draagt de transitie naar een
circulaire economie ook in belangrijke mate bij aan het vergroten van de
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 3 van 8
leveringszekerheid van (kritieke) grondstoffen. Niet voor niets is circulariteit de
eerste van vijf handelingsperspectieven in de Nationale Grondstoffenstrategie om
de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te vergroten, die bijvoorbeeld
essentieel zijn voor het realiseren van de energietransitie. Daarmee kan ook een
belangrijke invulling worden geleverd aan de Europese Critical Raw Materials Act6.
Ook wordt de koppeling gelegd met de nul-vervuilingsambitie volgend uit de
Europese Green Deal en het adresseren van duurzaamheid, circulariteit en
veiligheid in de ontwerpfase van een innovatief product of proces versterkt7.
Daarnaast houden we aandacht voor niet-technologische onderwerpen in de CE-
transitie, onder de noemer Vertrouwen, Gedrag en Acceptatie. In het Nationaal
Programma Circulaire Economie (NPCE)8 zijn concrete doelen voor geselecteerde
productgroepen geformuleerd en een uitgebreide set aan maatregelen
opgenomen.
De missie circulaire economie is:
- Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. De milieueffecten van
grondstoffengebruik in een circulaire economie, dus van alle Nederlandse
productie en consumptie, vallen dan binnen de ‘planetaire’ grenzen.
In de transitie naar een volledig circulaire economie stelt het kabinet in
het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 vier tussendoelen9:
1) Vermindering van grondstoffengebruik: we sturen aan op reductie van de
grondstoffenvoetafdruk, zowel vanuit productie- als consumptieperspectief. We
kijken in hoeverre we aansluiting kunnen zoeken bij de voorgestelde
reductiepercentages voor de grondstoffenvoetafdruk binnen de EU-taxonomie van
50 procent in 2030 en 75 procent in 2050. 2) Substitutie: verhoging van het
percentage van toegepaste hernieuwbare grondstoffen, zowel secundaire
grondstoffen als duurzaam geproduceerde biogrondstoffen. 3)
Levensduurverlenging: we sturen op een lange levensduur voor producten en
onderdelen, onder meer door hergebruik, refurbishment en reparatie. Voor 2030
streven we naar een maximale verlenging van de levensduur van producten,
rekening houdend met productspecifieke condities. 4) Hoogwaardige verwerking:
in een circulaire economie recyclen we materialen tot op een gelijkwaardig niveau
als het oorspronkelijke materiaal. Dit vraagt om schone, goed gesorteerde
inzamelstromen en terugwinning van materialen. Voor een doelstelling voor 2030
hanteren we in ieder geval, in lijn met de EU-kaderrichtlijn afvalstoffen, een doel
van 55 procent recycling van stedelijk afval in 2025 en 60 procent in 2030.
Gezondheid en zorg
Gezondheidszorg is voor iedereen belangrijk, maar de houdbaarheid van het
stelsel staat onder druk. De missies voor het thema Gezondheid en Zorg blijven
daarom onverminderd relevant. VWS heeft de afgelopen periode de missies
geconcretisteerd via diverse akkoorden en programma’s10. De doelstellingen in
6 Europese Commissie. Critical Raw Materials Act, zie https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-
materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials/critical-raw-materials-act_en.
7 Kamerstuk 22112, nr. 3157.
8 Kamerstuk 32852, nr. 225.
9 Nederland Circulair in 2050, zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-
circulair-in-2050.
10 zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), de Green Deal, Wonen,
Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) en Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg (TAZ).
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 4 van 8
deze akkoorden geven de focus voor de middellange termijn aan en geven nadere
richting aan de inzet op de missies. Daarbij staan het bevorderen van een
gezonde levensverwachting en het terugdringen van gezondheidsachterstanden
nog altijd centraal. Aandacht voor een gezonde leefstijl en leefomgeving,
toegankelijkheid van zorg, kwaliteit van leven en meedoen in de samenleving
blijven belangrijk. Dat vraagt om een grote transformatie van de zorg. Het
bedrijfsleven en de sterke life sciences and health-sector (LSH) kunnen daaraan
een belangrijke bijdrage leveren. Vooral door hun innovatiekracht te verbinden
aan lopende transformatie-initiatieven, zoals in West-Brabant, Eindhoven,
Afferden en Utrecht. De specifieke aandacht voor dementie heeft afgelopen jaren
al geleid tot mooie initiatieven (zoals ABOARD 11) om de kwaliteit van leven voor
mensen met dementie te verbeteren. Die lijn zal worden doorgezet. Daarnaast
heeft het coronavirus, en de toegenomen risico’s op andere pandemieën als
gevolg van zoönosen, de zorg en maatschappij een nieuwe realiteit gebracht en
zal ook moeten worden gewerkt aan de crisisbestendigheid van de zorg.
Innovatiesamenwerking aan deze missies vraagt om inzet van verschillende
topsectoren: van LSH tot Agri & Food, van ICT tot Logistiek. Daarnaast vraagt dit
om goede samenwerking met alle partijen die op basis van de programma’s en
akkoorden een rol en taak hebben om de zorg toekomstbestendig te organiseren.
Centrale missie: In 2040 leven alle mensen in Nederland tenminste vijf jaar langer
in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en
hoogste sociaaleconomische groepen met 30% afgenomen. De volgende missies
horen hierbij:
- In 2040 is de ziektelast als gevolg van een ongezonde leefstijl en
ongezonde leefomgeving met 30% afgenomen;
- In 2030 wordt zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving
georganiseerd, samen met het netwerk rond mensen;
- In 2030 is het deel van de mensen met een chronische ziekte of,
levenslange beperking dat naar wens en vermogen kan meedoen in de
samenleving met 25% toegenomen;
- In 2030 is de kwaliteit van leven van mensen met dementie met 25%
toegenomen;
- In 2035 is de bevolking beter beschermd tegen maatschappelijk
ontwrichtende gezondheidsdreigingen.
Landbouw, Water en Voedsel
Nederland is toonaangevend op het gebied van landbouw, water en voedsel, en
beschikt over een enorm kennis- en innovatiepotentieel. Binnen deze thema’s
staan we ook voor grote maatschappelijke opgaven. Zo heeft, op het gebied van
voedselproductie en -verwerking, de nadruk in afgelopen decennia op
kostenverlaging en productieverhoging geleid tot lage marges voor de sector, een
hoge druk op de leefomgeving en afname van de biodiversiteit. Ondanks de reeds
bereikte resultaten om te werken binnen de draagkracht van natuur, klimaat,
water en bodem en diergezondheid (one health) en welzijn, liggen er nog grote
uitdagingen. Dit vraagt om nieuwe verbindingen en werkwijzen in de hele
productieketen, die in balans zijn met de omgeving. Tegelijkertijd moeten zij
11 ZonMw. A personalized medicine approach for Alzheimer’s disease (ABOARD), zie
https://projecten.zonmw.nl/nl/project/personalized-medicine-approach-alzheimers-disease-aboard.
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 5 van 8
voldoende inkomen opleveren voor ondernemers zonder de voedselvoorziening in
gevaar te brengen, en moeten negatieve effecten voor de leefomgeving of
ecosysteemdiensten elders ter wereld worden vermeden.
Naast de landbouw zal ook het landelijk en het bebouwd gebied ingrijpend moeten
veranderen. Het land, de bodem en het water in ons land worden intensief
gebruikt voor vele doeleinden tegelijk. Deze dienen goed op elkaar afgestemd te
worden. Hierbij lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en
bodemsysteem aan. Klimaatverandering leidt tot een stijgende zeespiegel, hogere
temperaturen, en steeds frequenter voorkomen van wateroverlast of juist extreme
droogte. Ook de beschikbaarheid van voldoende goed (drink)water is niet langer
vanzelfsprekend. Bodemdaling en lage waterstanden zorgen voor veel schade aan
funderingen van gebouwen en extra onderhoud aan wegen en spoorwegen. Ook
op de Noordzee, de Cariben en andere grote wateren bestaat grote spanning
tussen de gezondheid van het ecosysteem aan de ene kant, en de steeds grotere
vraag naar duurzame energie, winning van (bouw)grondstoffen, scheepvaart en
voedselvoorziening (met name visserij) aan de andere.
Deze grote uitdagingen vragen ook om een vernieuwing van de kennis- en
innovatieagenda. Uitgangspunt daarbij zijn de ambities op het gebied van natuur,
landbouw, water en voedsel, zoals verwoord in de missies. Deze hieronder
geschetste missies beschrijven een wenkend perspectief voor Nederland: een
veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem die sturend zijn,
zowel in de bebouwde omgeving als in een vitaal landelijk gebied, waarin de
landbouw, in al haar verscheidenheid, een van de economische dragers is. In
Nederland betalen consumenten een eerlijke prijs voor gezonde en duurzame
producten en is er voldoende schoon (drink)water beschikbaar voor alle
gebruikers. Nederland is klimaatbestendig ingericht en weerbaar tegen hoog
water, en in de ondergrond zijn gebruiksfuncties op elkaar afgestemd. Gezonde en
biodiverse zeeën en oceanen dragen bij aan onze voedselvoorziening,
grondstoffenwinning en bieden ruimte aan opwek van duurzame energie. De titels
van de missies zijn:
- Veerkrachtige natuur en vitale bodem;
- Duurzame land- en tuinbouw;
- Vitaal landelijk gebied in een klimaatbestendig Nederland;
- Duurzaam en gewaardeerd voedsel, dat gezond, toegankelijk en veilig is;
- Duurzaam en veilig gebruik van de Noordzee en andere grote wateren;
- Veilige en weerbare delta.
Veiligheid
Nederland moet voor zijn burgers een veilig land blijven om te wonen, te werken
en te leven. Een veilige samenleving is echter niet vanzelfsprekend. Nederland en
Europa staan voor complexe uitdagingen. Zo wordt Nederland rechtstreeks
geconfronteerd met militaire dreigingen, de invasie in Oekraíne voorop. Het hoge
tempo waarmee technologieën zich ontwikkelen, brengt nieuwe dreigingen met
zich mee, zoals de assertieve opstelling van China. Nederland is een van de meest
gedigitaliseerde landen ter wereld, wat ons extra kwetsbaar maakt voor
cyberaanvallen. De georganiseerde (drugs)criminaliteit zet de veiligheid van onze
samenleving verder onder druk, met alle ondermijnende gevolgen van dien. Dit
vormt een bedreiging voor de samenleving. Buitenlandse inmenging en
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 6 van 8
beïnvloeding van onze maatschappij, via desinformatie, vormen een bedreiging
voor onze democratie en publieke waarden.
Deze uiteenlopende dreigingen maken onderdeel uit van de centrale missie
Veiligheid. Daarbij zoeken we naar innovaties, gebruikmakend van de laatste
wetenschappelijke inzichten, sleuteltechnologieën en toepassingen. We zetten in
op intensivering van de samenwerking met kennis- en innovatiepartners, ook op
Europees niveau. Samenwerkingsverbanden zoals Dutch Naval Design
(samenwerking Defensie met maritieme sector) en Dcypher (platform voor voor
het ondersteunen van de publiek-private innovatieketen cyberveiligheid) spelen
daarin, naast de betrokken Topsectoren, de komende jaren een grotere rol. Want
alleen dan kunnen we tegenstanders steeds een stap vóór blijven. Daarbij horen
de volgende innovatiemissies:
- In 2030 is de georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Nederland
riskant en slecht lonend, door meer zicht op illegale activiteiten en
geldstromen;
- In 2035 beschikt Nederland over de marine van de toekomst. Door de
sterk verbeterde samenwerking in het marinebouwcluster is Nederland in
staat om flexibel te reageren op onvoorspelbare ontwikkelingen12;
- In 2030 heeft Nederland een operationeel inzetbare ruimtevaartcapaciteit
voor defensie en veiligheid. Daarbij fungeert de Defensie Ruimteagenda
als richtsnoer13;
- Cyberveiligheid. In 2030 is veiligheid verplicht bij de ontwikkeling van
digitale producten, en beschikt Nederland over een sterke cybersecurity
kennis- en innovatieketen. De doelstellingen en acties in de Nederlandse
Cybersecurity Strategie 2022-2028 (NLCS) vormen voor deze missie het
overkoepelende kader;
- Hightech Landoptreden. In 2030 werkt de krijgsmacht volledig genetwerkt
met integratie van nieuwe technologieën om sneller en effectiever te
kunnen handelen dan de tegenstander.
Vervolg: van missies naar Kennis- en Innovatieagenda’s en -Convenant
De missies en de uitwerking daarvan geven richting aan innovatieprogramma’s
binnen de Kennis-en Innovatieagenda’s14. De komende tijd gaan het bedrijfsleven,
kennisinstellingen, overheden en andere stakeholders, onder andere via de
Topsectoren, verder uitwerken hoe ze door onderzoek en innovatie en de
valorisatie daarvan, kunnen bijdragen aan de kennis-en innovatieopgaven uit de
missies.
Een sterke kennis- en innovatiebasis voor (digitale) sleuteltechnologieën is een
belangrijk doorsnijdend thema van het missiegedreven innovatiebeleid, zowel voor
oplossingen voor de maatschappelijke missies als voor het toekomstig
verdienvermogen. Voor de inzet op sleuteltechnologieën werk ik aan een Nationale
12 Dit kabinet werkt daarnaast aan een sectoragenda voor de maritieme maakindustrie, inclusief marinebouw,
onder leiding van de gezant Marja van Bijsterveldt. Deze sectoragenda zal naar verwachting rond de zomer aan
uw Kamer worden aangeboden.
13 Dit kabinet werkt tevens aan een Lange-termijn Ruimtevaartagenda, waarover uw Kamer nog geïnformeerd zal
worden.
14 De uitwerking van deze missies zal te vinden zijn op topsectoren.nl en Rijksoverheid.nl.
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Pagina 7 van 8
Directoraat-generaal
Bedrijfsleven & Innovatie
Ons kenmerk
DGBI / 26844711
Technologiestrategie, die meer richting zal geven aan de publieke inzet, en
waarover ik uw Kamer dit najaar zal berichten.
De ontwikkeling en opschaling van innovatie gaat niet vanzelf. Dit vraagt om
bundeling van activiteiten en middelen, publiek en privaat, nationaal, regionaal en
internationaal. In het Kennis- en Innovatieconvenant brengen we de
missiegedreven innovatie-inzet samen van het grootbedrijf, het mkb, inclusief
startups en scale-ups, kennisinstellingen, provincies, de regionale
ontwikkelingsmaatschappijen en het maatschappelijke middenveld. Daarnaast
hebben we aandacht voor de samenhang van activiteiten met projecten
gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds. Zo zorgen we ervoor dat we de
kennis benutten en omzetten naar innovatieve producten en oplossingen, die
bijdragen aan onze toekomstige economie en de maatschappelijke uitdagingen15.
In deze brief heb ik namens het kabinet de missies gepresenteerd waar we de
gezamenlijke inzet op richten. De komende periode gaan partners verder met het
ontwikkelen van de Kennis- en Innovatieagenda’s. Deze agenda’s en het
vernieuwde Convenant zullen ondertekend worden op 2 november tijdens de
Innovatie-Expo, en dan ook met uw Kamer worden gedeeld.
M.A.M. Adriaansens
Minister van Economische Zaken en Klimaat
15 Kamerstuk 33009, nr. 117.
Pagina 8 van 8
