Internationale
Klimaatstrategie
van ambitie naar transitie
Samenvatting
Inhoudsopgave
De wetenschap laat zien dat het één voor
twaalf is om de doelstellingen van het
Parijsakkoord en de Duurzame
Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) te behalen.
Het uitblijven van snelle en betekenisvolle
stappen in de groene transitie leidt tot een
steeds verdere temperatuurstijging,
biodiversiteitsverlies en milieu degradatie.
Elke verdere temperatuurstijging, hoe klein
ook, heeft onomkeerbare gevolgen voor de
leefbaarheid van de aarde en het welzijn
van de mens. De aankomende jaren zijn
beslissend. De korte termijn investeringen
verbleken bij de kosten die ongebreidelde
klimaatverandering in de nabije toekomst
van de samenleving zal vragen.
Doordrongen van de wetenschappelijk onderbouwde urgentie
heeft het kabinet de Nederlandse klimaatacties versneld.
In EU-verband spant Nederland zich in voor snelle en ambitieuze
implementatie van de Europese Green Deal. Deze eerste rijksbrede
Internationale Klimaatstrategie beschrijft hoe het kabinet de inzet
voor het klimaat ook wereldwijd wil verstevigen. Het kabinet
versterkt de multilaterale en bilaterale klimaatdiplomatie, verhoogt
de klimaatfinanciering, faseert de steun uit aan internationale
unabated fossiele energieactiviteiten en vergroent de
handelsmissies, de economische dienstverlening door ambassades
en de inzet op publieke infrastructuur in ontwikkelingslanden.
Het kabinet wil hierin samenwerken met kennis instellingen, het
maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven.
Mitigatie, het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen,
is cruciaal. Het kabinet oefent hiervoor druk uit of de G20-landen
en ondersteunt landen die stappen maken in de energietransitie,
bijvoorbeeld met groene waterstofhubs. Verder draagt het
kabinet bij aan het reduceren van emissies door verandering van
landgebruik en het vergroten van mondiale koolstofopslag door
behoud en bescherming van het tropisch regenwoud waarvoor
het de financiële bijdrage verdubbelt. Ook verdubbelt Nederland
het aantal mensen dat toegang heeft tot hernieuwbare energie
naar 100 miljoen mensen in 2030. Om de klimaattransitie
wereldwijd te versnellen focust het kabinet de multilaterale inzet
op sectoren waar Nederland sterk in is, zoals energie, landbouw,
circulaire economie, en duurzame mobiliteit. Nederland laat zien
dat fossielvrij investeren loont. Door te werken vanuit de
Nederlandse kracht versterken we het profiel van Nederland als
partner en ontstaan ook kansen voor ons bedrijfsleven.
Adaptatie is zelfs bij de huidige temperatuurstijging noodzakelijk.
Via de Verenigde Naties en multilaterale conferenties zoals de
Climate Adaptation Summit (2021) en de VN Waterconferentie
(2023) houdt Nederland het belang van een ambitieuze adaptatie
agenda hoog op de internationale agenda. Met de Nederlandse
kennis en kunde over met name landbouw, landgebruik en
waterveiligheid, intensiveert het kabinet de adaptatie-
inspanningen in onze partnerlanden in rurale gebieden en in
steden, alsook via humanitaire hulp.
Het is duidelijk dat ontwikkelingslanden financiële onder steuning
nodig hebben in de klimaattransitie. Daarom wordt de
Nederlandse klimaatfinanciering verhoogd tot ten minste
1,8 miljard euro in 2025. We streven naar een verdubbeling van
onze publieke adaptatiefinanciering om specifiek de meest
kwetsbare mensen die het hardst worden getroffen door
klimaatverandering te bereiken en hen een perspectief te bieden
op bestendige, duurzame ontwikkeling. Ook geven we een extra
impuls aan de ontwikkeling en financiering van klimaatprojecten
door de private sector met onder meer een vervolg op het
succesvolle Dutch Fund for Climate and Development. Vanuit dit
leiderschap op adaptatiefinanciering spreken we ook andere
landen aan meer te doen. Zo geven we op een betekenisvolle
manier invulling aan de internationale klimaatafspraak jaarlijks
collectief USD 100 miljard voor klimaatactie in ontwikkelingslanden
te mobiliseren met een balans tussen adaptatie en mitigatie.
Hiermee draagt Nederland ook bij aan het onderling vertrouwen in
de internationale klimaatonderhandelingen.
Collectieve vooruitgang is alleen mogelijk als de inzet op de drie
pijlers van het Parijsakkoord -mitigatie, adaptatie en financiering-
in balans is. Daarom zet Nederland zich internationaal in op het
verhogen van ambities en juist ook op het versnellen van
mondiale, sectorale en nationale transities. Zo werkt Nederland
binnen en buiten de eigen landsgrenzen aan een koolstofarme en
klimaatweerbare wereld in 2050.
Inleiding Grotere focus op klimaat, zowel in Nederland als in het buitenland
DEEL A Kompas voor 2050: de Nederlandse strategie en ambities
Wat is er nodig?
Onze strategische doelstellingen
Mitigatie
Adaptatie
Financiering
Rijksbrede kijk op klimaat
Klimaat en veiligheid
Klimaat en humanitaire hulp
Klimaat en gezondheid
Actiegerichte en inclusieve aanpak en samenwerking op dwarsdoorsnijdende thema’s
Eerlijke en inclusieve transitie
Gender, jongeren en inheemse gemeenschappen
Nature-based solutions
De Nederlandse diamant benadering
EU-samenwerking
DEEL B
Inzet in deze kabinetsperiode
Mitigatie
Energie
Circulaire economie
Duurzame mobiliteit en transport
Landbouw, landgebruik en bossen & biodiversiteit
Adaptatie
Water
Landgebruik en voedselsystemen
Financiering
Uitvoeringsinstrumentarium
Vergroenen van financieringsinstrumenten
Vergroenen van handelsinstrumenten
Fossielvrij
Klimaatdiplomatie
Afkortingen
4
6
6
7
9
10
10
11
11
11
11
12
12
12
13
13
13
14
14
14
15
16
17
18
18
18
20
22
22
22
23
23
24
2 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
3 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Inleiding
Grotere focus op klimaat, zowel in Nederland
als in het buitenland
De oorlog in Oekraïne en de huidige geopolitieke context vragen
om een energietransitie en de urgentie om klimaatverandering te
beperken is onverminderd groot. Niet alleen in Europees
Nederland maar ook in de Caraïbische delen van het Koninkrijk
zijn de gevolgen van klimaatverandering voelbaar en de
uitdagingen van de verduurzamingstransitie groot, net zoals in de
rest van de wereld. Om de aarde niet meer dan 1,5 °C te laten
opwarmen, het biodiversiteitsverlies te stoppen en te herstellen,
vervuiling tegen te gaan en de Sustainable Development Goals (SDG’s)
te behalen, zullen we in dit cruciale decennium tot 2030, de
energietransitie moeten realiseren en de klimaatambities en
klimaatacties significant moeten intensiveren. Berekeningen laten
zien dat de benodigde investeringen verbleken bij de kosten van
ongebreidelde klimaatverandering.1 Collectief doen de
ondertekenaars van het Parijsakkoord2 echter nog onvoldoende.
De internationale ambitie moet omhoog en de uitgesproken
doelstellingen moeten sneller omgezet worden in actie.
Nederland heeft na de klimaattop in Glasgow (2021 United Nations
Climate Change Conference (COP26)) de nationale ambities
verhoogd en streeft ernaar in 2030 de CO2 uitstoot met 60%
verminderd te hebben. Uiterlijk in 2050 moet de Nederlandse
economie klimaatneutraal, fossielvrij, natuurinclusief en volledig
circulair zijn. Gelukkig staat Nederland niet alleen met deze
ambities. De basis hiervoor is gelegd met de Europese Green
Deal, waarmee de Europese Unie (EU) streeft naar een schone,
circulaire en klimaat neutrale Unie. Alle lidstaten hebben zich
met het aannemen van de Europese Klimaatwet in 2021
gecommitteerd aan de juridische verplichting om in 2030 de
broeikasgasuitstoot met ten minste 55% terug te dringen, om zo
in 2050 klimaatneutraal te kunnen zijn. Een dergelijke
fundamentele economische transitie verricht je niet achter de
dijken, en vergt niet alleen Europese maar ook mondiale
samenwerking. Het is van belang dat de internationale
1 Bijvoorbeeld Europese Centrale Bank “ECB economy-wide climate stress
test”, (september 2021, europa.eu), en VS Council of Economic Advisors.
(april 2022, whitehouse.gov).
2 De overeenkomt van Parijs. UNFCCC, Raamwerkverdrag voor
Klimaatverandering van de Verenigde Naties.
verduurzamingstransitie eerlijk en inclusief is. Tegelijkertijd
bieden klimaatambities grote economische kansen voor een
innovatieve en open economie als Nederland, alsook voor onze
partnerlanden wereldwijd.
Met deze eerste Internationale Klimaatstrategie slaat het kabinet
een nieuwe weg in voor zijn klimaatdiplomatie gericht op landen
buiten de Europese Unie. We vertalen de urgentie van dit
moment naar internationale ambities tot 2050 en plannen voor
concrete klimaatacties die tijdens de huidige kabinetsperiode
zullen worden uitgevoerd. Geïnspireerd door consultaties met
bedrijven, kennis instellingen en maatschappelijke organisaties3
zal het kabinet rijksbreed de mondiale klimaatinzet opschalen.
Deze strategie schetst daarom de internationale plannen van
Buitenlandse Zaken (BZ), Economische Zaken en Klimaat (EZK),
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Infrastructuur en
Waterstaat (IenW) en Financiën (Fin), waarbij nauw wordt
samengewerkt met Defensie (Def), Volksgezondheid, Welzijn en
Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).Deel A
beschrijft de strategische koers van Nederland tot 2050 over de
multilaterale en bilaterale band ten aanzien van de doelstellingen
van het Parijsakkoord (langs de pijlers mitigatie, adaptatie,
financiering) en aanpalende beleidsterreinen als veiligheid,
humanitaire hulp en gezondheid. Deel A vervolgt met onze
aanpak op dwarsdoorsnijdende thema’s als een eerlijke en
inclusieve transitie, gender en jongeren, en nature-based solutions.
Deel B schetst de versterkte inzet van dit kabinet in de komende
jaren langs dezelfde pijlers mitigatie, adaptatie en financiering, en
de aanpassingen voor een groen uitvoeringsinstrumentarium
voor buitenlandse handel en investeringen, en
klimaatdiplomatie.4
3 Voor de beleidsnotitie 2022 “Doen waar Nederland goed in is: Strategie voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking” werd naast een
internetconsultatie ook een rondetafelgesprek over klimaat georganiseerd
waaraan de minister voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking deelnam. De Klimaatgezant organiseerde
aanvullend drie rondetafelgesprekken over klimaatmitigatie, adaptatie en
innovatie om ideeën op te halen voor de rijksbrede Internationale
Klimaatstrategie. Het kabinet bedankt iedereen die een bijdrage heeft
geleverd aan deze Internationale Klimaatstrategie.
4 De inzet in de sector landbouw, landgebruik en bossen volgt deze structuur,
waarbij opgemerkt moet worden dat actie op het vlak van mitigatie en
adaptatie in deze sector niet los van elkaar gezien kan worden.
I n z e t o p d w a r s doorsnijdende thema's
I n z e t in sectoren
M itigatie
CO2
Parijs-
akkoord
E
e
rlij
k
e
e
n
i
n
c
l
u
s
i
e
v
e
t
r
a
n
s
i
t
i
e
E
n
er
gi
e
W
a
t
e
r
|
|
C
i
r
c
u
l
a
i
r
e
e
c
|
o
G
n
e
o
n
m
d
e
r
, j
o
n
g
e
r
e
i
e
|
D
n e
n in
h
ee
F
i
n
a
n
e
c
i
e
r
i
n
g
Adaptati
me mobiliteit en tran s p o r t | B o s s e n , la n d bouw, landg
s o l u ti o n s | N e d erlandse diamant b
uik
br
e
mse gemeenschappen | Natu r e - b a s e d -
u
urza
n
e
m
e
t
s
y
s
l
e
s
d
e
o
v
n
e
g
n
i
k
r
e
w
n
e
m
a
s
U
E
|
g
n
ri
e
d
a
n
e
4 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
5 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
DEEL A
Kompas voor 2050: de Nederlandse strategie en ambities
Wat is er nodig?
Klimaatverandering raakt landen en gemeenschappen
wereldwijd. In de afgelopen jaren is sprake van meer
weersextremen waaronder droogte, overstromingen en orkanen
die leiden tot groot menselijk leed en beschadigde infrastructuur.
Het is zeer onzeker of alle SDG’s behaald zullen worden. Extreme
weersomstandigheden raken fragiele landen met zwakke
instituties en beperkte sociale vangnetten onevenredig hard.
Klimaatverandering heeft wereldwijd gevolgen. Te denken valt
aan het verlies aan biodiversiteit, landen die deels of volledig
onder water komen te staan en nieuwe vaarroutes in de Arctische
gebieden, verschuiving in het groei- en verdienvermogen van
landen en regio’s met bijbehorende consequenties voor de
politieke stabiliteit, afnemende voedselzekerheid, toenemende
armoede en irreguliere migratiestromen.
Trend bij uitvoering van
huidig beleid
Waarschijnlijk
onder 2˚C, NDCs
tot 2030
Waarschijnlijk onder 2˚C,
met onmiddellijke actie
1,5˚C met geen of beperkte
overschrijding
Opwarming beperkt tot 1,5˚C
- Mondiale broeikasgasuitstoot piekt voor 2025, verminderd met 43% in 2030
- Methaan verminderd met 34% in 2030
Opwarming beperkt tot ongeveer 2˚C
- Mondiale broeikasgasuitstoot piekt voor 2025, verminderd met 27% in 2030
Bron: IPCC Climate Change 2022: “Mitigation of Climate Change” (april 2022, ipcc.ch)
De noodzakelijke reactie op klimaatverandering, de groene transitie
door decarbonisatie, zet op haar beurt aan tot fundamentele
politiek-economische veranderingen en verschuivingen in
geopolitieke verhoudingen. Europa zet met de EU Global Gateway en
het Fit for 55-pakket, inclusief REPowerEU, versneld in op het
afbouwen van fossiele afhankelijkheden, het vergroten van
betrouwbare toegang tot kritieke grondstoffen voor de
energietransitie en het creëren van groene markten. De
Nederlandse klimaatdiplomatie draagt wereldwijd bij aan het
verhogen van de klimaat ambities en het signaleren van groene
kansen. Deze multilaterale en bilaterale inspanningen voor
verduurzaming bieden, naast de voorwaarden voor een groene
transitie voor het klimaat, ook substantiële kansen voor
economische groei, banen en welzijn, en perspectief op open
strategische autonomie, economische veiligheid en weerbaarheid
op nationaal, Europees en internationaal niveau.5
In 2015 hebben landen in Parijs afgesproken, en in 2021 in Glasgow
bekrachtigd, om de opwarming van de aarde te beperken, liefst tot
maximaal 1,5 °C, door de mondiale broeikasgasemissies in 2030 met
de helft terug te brengen.6 De ondertekenaars van het Parijsakkoord7
werken wereldwijd aan de doorvertaling van gemaakte afspraken
naar beleid en actie. Inmiddels is echter duidelijk dat de collectieve
ambitie verder moet worden opgeschroefd om de Parijsdoelen te
halen. Met de huidige nationale klimaatplannen (Nationally
Determined Contributions, NDC’s) stevenen we af op een stijging van
twee tot drie graden Celsius.8 Met de huidige en geplande fossiele
infrastructuur zullen we de 1,5 graden grens in ieder geval
overschrijden. En als we op dezelfde voet verder gaan is de wereld in
minder dan tien jaar door het resterende koolstofbudget heen.
Zelfs de huidige opwarming van meer dan 1 °C heeft
onomkeerbare gevolgen voor de mens en de ecosystemen op het
land en in de oceanen. Elke verdere opwarming van de aarde
riskeert onherstelbare schade aan ecosystemen, economie en
samenleving, en miljoenen extra mensen in extreme armoede.9
5 Door technologische ontwikkelingen zijn zon en wind de goedkoopste
energiebronnen geworden. Hernieuwbare energie was in 2021 al verantwoor-
delijk voor 81% van nieuw geïnstalleerd vermogen. Bijvoorbeeld: “Renewables
Take Lion’s Share of Global Power Additions in 2021”, (april 2022, irena.org).
6 Kamerbrief “Uitkomsten COP26 in Glasgow, Schotland”, (december 2021,
open.overheid.nl).
7 Momenteel zijn 193 landen partij bij het Parijsakkoord (unfccc.int).
8 IPCC Climate Change 2022: “Mitigation of Climate Change” (april 2022, ipcc.ch).
9 Idem.
Foto: Ministerie van Buitenlandse
Zaken / Carel de Groot
Een wereld met 1,5 °C opwarming blijft alleen binnen bereik als
landen in de komende jaren de wereldwijde uitstoot fors
terugdringen en de klimaatweerbaarheid vergroten. Doeltreffende
multilaterale samenwerking is hiervoor dringend nodig. Het
tijdens COP26 in Glasgow opgerichte mitigation work programme zet
in op een forse opschaling van mitigatie-acties en resultaten. De
Global Goal on Adaptation moet helpen landen weerbaarder te
maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. En de Glasgow
Dialogue on Loss and Damage moet leiden tot een zinvolle discussie
over een voorziening voor schade en verlies als adaptatie geen
optie meer is. Om deze doelen te kunnen halen is het noodzakelijk
dat alle wereldwijde financiële stromen in lijn worden gebracht met
het Parijsakkoord. Alleen op die manier zal er voldoende financiering
worden gemobiliseerd om de uitdagingen van klimaatverandering
het hoofd te kunnen bieden en de SDG’s te behalen.
Onze strategische doelstellingen
Op weg naar netto nul uitstoot van broeikasgassen in 2050 blijft
Nederland, in de bredere context van de mondiale leiderschapsrol
van de EU, een internationale voortrekkersrol ambiëren in het
behalen van de Parijsdoelen en de SDG’s. Nederland ziet de SDG’s
als een universele en samenhangende agenda voor duurzame
economische ontwikkeling, armoedebestrijding en het tegengaan
van klimaatverandering. Het is ons mondiaal gedeelde plan om
menselijk welzijn en welvaart voor de toekomst veilig te stellen.
De doelen zijn zo geformuleerd dat ze elkaar kunnen versterken.
En waar uitruil dreigt, zijn we alert en spelen we daarop in.10
10 Aan de hand van analyses per sector en per geografische regio door het
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zie PBL, “Climate change measures
and sustainable development goals” (juni 2021, pbl.nl).
Nederland ziet de klimaatcrisis in nauwe samenhang met de andere
planetaire crises van vervuiling, biodiversiteitsverlies11 en
landdegradatie12 en erkent dat de onderling verbonden crises in
samenhang moeten worden aangepakt. De Nederlandse nationale
en internationale klimaatinzet zijn nauw met elkaar verweven.
Bij alle inspanningen staat Nederland internationaal voor dezelfde
hoge normen die we ook Europees en nationaal toepassen.
We dragen betekenisvol bij aan de brede mondiale doelen en we
voorkomen greenwashing. Bovendien willen we er actief voor waken
dat de Nederlandse klimaat acties geen negatieve neveneffecten
hebben op de klimaattransitie in andere landen en bijvoorbeeld het
milieu of mensenrechten elders. Een ondoordachte aanpak voor
emissiereductie kan nadelige gevolgen hebben voor bijvoorbeeld
de bestaanszekerheid van kwetsbare gemeenschappen, of voor
biodiversiteit en voedselzekerheid.13 In onze klimaatacties houden
we bovendien rekening met de lokale realiteit en de behoeften,
kennis en ervaringen van de meest kwetsbare mensen.
De SDG’s en de doelstellingen van Parijs zijn het kompas voor
onze bijdrage aan de mondiale groene transitie. Versnelling en
ophoging van de inzet binnen de drie pijlers mitigatie, adaptatie
en klimaatfinanciering is noodzakelijk.14 Een evenwichtige
benadering van de drie pijlers vergroot de kans op betekenisvolle
voortgang en resultaten op alle doelstellingen. Internationale
klimaatacties kunnen tevens bijdragen aan economisch herstel
na COVID19 en het omgaan met de gevolgen van de Russische
inval in Oekraïne.
11 VN Biodiversiteitsverdrag (UNCBD).
12 VN Verwoestijningsverdrag (UNCCD).
13 Bijvoorbeeld, het bebossen van gebieden waar voorheen geen bos stond,
kan negatieve effecten hebben op biodiversiteit en voedselzekerheid, als dit
op grote schaal wordt uitgevoerd en op locaties waar grondbezit onzeker is.
Zie IPCC, “Climate Change 2022: Impacts, Adaptation, and Vulnerability”
(februari 2022, ipcc.ch).
14 IPCC hoofdstuk 1 “Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change”, (april
2022, ipcc.ch).
6 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
7 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Tot de klimaattop in Glasgow stond ambitie verhoging in
NDC’s en Long Term Strategies (LTS) centraal in de Nederlandse
klimaatdiplomatie. Nederland blijft inzetten op algemene
ambitieverhoging in NDC’s en LTS’en voor de landen die dat
onvoldoende hebben gedaan. Tegelijkertijd legt dit kabinet een
veel sterkere nadruk op de implementatie en de systeem-
transities die nodig zijn om de Parijsdoelen te halen. Het gaat hier
zowel om wereldwijde sectorale transities als om transities
binnen landen. Voor de wereldwijde sectorale transities is
Nederland vooral multilateraal actief met het stellen van normen
en overkoepelende ambities. We doen dat veelal in coalities van
vooruit strevende landen en partijen, inclusief het bedrijfsleven.
Voor de transities in landen werken we samen met de
ambassade, en lokale en internationale partners. In deze
mondiale duurzaamheidstransitie opereert Nederland vanuit
kennis en kunde, op alle benodigde sporen en met partners groot
en klein, jongeren en het maatschappelijk middenveld. We
zoeken actief naar kansen om onze schaal en impact te vergroten
via de EU, internationale financiële instellingen, de Verenigde
Naties en de NAVO, en we mobiliseren en vergroenen het
rijksbrede beleids instrumentarium om doorbraak-projecten
mogelijk te maken. Zo bieden we perspectief op een
klimaatweerbare wereld in 2050.
Met de Internationale Klimaatstrategie
draagt Nederland in het bijzonder bij
aan het behalen van SDG 13
(Klimaatactie), het duurzame
ontwikkelingsdoel dat nauw verbonden
is met de Parijs-doelstellingen.15
De inzet beschreven in deze strategie
draagt daarnaast bij aan onder meer SDG 2 (duurzame
landbouw en voedselsystemen), SDG 5 (gendergelijkheid), SDG
6 (duurzame watervoor ziening), SDG 7 (toegang tot duurzame
energie), SDG 8 (duurzame, inclusieve economische
ontwikkeling en waardig werk), SDG 9 (industrie, innovatie en
infrastructuur), SDG 10 (ongelijkheid verminderen), SDG 12
(verantwoorde consumptie en productie), en SDG 15 (leven op
het land). Partnerschappen (SDG 17) zijn een cruciale modaliteit
om de ambities en acties van deze strategie in de praktijk te
brengen. Met de inzet zoals beschreven in de Internationale
Klimaatstrategie beoogt Nederland een positief effect op
ontwikkelingslanden te hebben. De strategie is erop gericht
ontwikkelingslanden te ondersteunen in de energietransitie en
de klimaatweerbaarheid van deze landen te vergroten.
15 De Nederlandse inzet ziet toe op alle onderdelen van SDG 13, namelijk het
versterken van weerbaarheid, het integreren van maatregelen in nationaal
beleid, het versterken van bewustwording en institutionele capaciteit, het
bijdragen aan de toegezegde wereldwijde verhoging van klimaatfinanciering
(van USD 100 miljard) en het bijdragen aan capaciteitsversterking in minst
ontwikkelde landen.
Mitigatie
Van de huidige emissies wereldwijd is 75% afkomstig
uit gebruik van fossiele brandstoffen, en 45% van
de emissies direct verbonden met productie en consumptie16.
De voetafdruk van het Nederlandse leefpatroon is naar
verhouding groot.17 Bovendien ligt ongeveer 40% van de
Nederlandse broeikasgas voetafdruk buiten Nederland. Dit komt
omdat een groot deel van de productie van goederen en diensten
die wij als Nederlanders gebruiken in het buitenland plaatsvindt.18
Tegelijkertijd hangt ongeveer 60% van het mondiale
biodiversiteitsverlies dat aan de Nederlandse consumptie kan
worden toegekend samen met broeikasgasemissies.19
Nederland dient dus niet alleen binnen de eigen landsgrenzen de
uitstoot te verminderen, maar ook daarbuiten. De Nederlandse inzet
is dan ook om, naast het bereiken van klimaatneutraliteit voor
Nederland,20 ook onze internationale voetafdruk op o.a.
klimaatgebied substantieel te verkleinen.21 Internationaal wordt
gewerkt aan overeenstemming over het meten van de voetafdruk.22
Hiervoor is door Nederland een meerjarig onderzoeksprogramma
geïnitieerd.23 Het kabinet zal voorjaar 2023 met een nadere
uitwerking komen van de stappen die het zal zetten om de
Nederlandse voetafdruk te verminderen en deze inzet waar mogelijk
te versnellen.24 Het vergroenen en circulair maken van waardeketens
is een belangrijk aspect hiervan. Dit draagt bij aan het reduceren van
emissies, het duurzamer en effectiever mijnen en inzetten van
grondstoffen, en het voorkomen van ontbossing en
biodiversiteitsverlies.25 De inzet van de Nederlandse regering op
beide fronten sluit bovendien aan bij de verduurzamingsambitie van
(Nederlandse) bedrijven om niet alleen hun directe, eigen emissies
16 Ellen MacArthur Foundation & Material Economics (2019), “Completing the
picture: How the circular economy tackles climate change.”
17 Kamerstuk 26407 nr. 144, biodiversiteit, brief van de ministers voor Natuur
en Stikstof en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (oktober
2019) en Kamerstuk 2022D15171, Antwoord op de vragen van de leden
Teunissen en Van Raan over de dag van het Natuurlijk Kapitaal (april 2022).
18 Sustainable Development Solutions Network (SDSN) en Institute for European
environmental Policy (IEEP), “Europe Sustainable Development Report 2021”,
(2022, sdgindex.org). Zie ook Hickel e.a. (2022), “National responsibility for
ecological breakdown: a fair-shares assessment of resource use, 1970–2017”,
The Lancet Planetary Health, vol. 6(4), p. 342-349, (thelancet.com).
19 PBL “Halveren van de Nederlandse voetafdruk: Reflectie op een nieuwe ambitie
voor het Nederlandse nationale en internationale natuurbeleid”, (2021, pbl.nl).
20 Het PBL heeft aangegeven dat Nederland met het huidige klimaatneutrali-
teitsdoel aan de ambitieuze zijde zit van het reduceren van de mondiale
broeikasgasuitstoot om de opwarming tot 1,5 graad te beperken.
21 Het herziene “Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling” dat in najaar 2022
verwacht wordt, zal enkele van de voorgenomen maatregelen beschrijven.
22 Klimaatvoetafdruk, watervoetafdruk, landvoetafdruk, materialenvoetafdruk.
23 Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research in
nauwe samenwerking met het PBL (Kamerstuk 26407, nr. 136).
24 Kamerstuk 26407, nr. 144.
25 Nederland focust hierbij op het in kaart brengen van deze emissies middels
een koolstofboekhouding. Nederland werkt daarbij ook aan het implemen-
teren van ketenemissies in het instrumentarium zodat bedrijven beloond
worden waar zij emissies reduceren in hun ketens.
te reduceren, maar ook de indirecte uitstoot die plaatsvindt via
productie- en consumptieketens. De Wereldbank, het
VN-Klimaatpanel (of, Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)),
de International Energy Agency (IEA) en het International Resource Panel
(IRP) bieden wetenschappelijke kaders voor haalbare en betaalbare
acties in alle sectoren om de 1,5 °C doelstelling te realiseren. Het is
van groot belang dat we deze kansen niet onbenut laten.
Nederland kan en wil bijdragen aan de mondiale groene transitie
door het bieden van heldere lange termijn acties en beoogde
resultaten, door het wegnemen van obstakels en het delen van
oplossingen, en door het mobiliseren van financiële investeringen.
Mede door nationale resultaten en ervaringen, heeft Nederland
inter nationaal en in multilaterale fora een belangrijke positie
verworven op het gebied van mitigatie van emissies. Dit geldt in het
bijzonder in de sectoren energie, landbouw en landgebruik,
duurzame mobiliteit en de circulaire economie, zoals ook blijkt uit
de concrete inspanningen beschreven in deel B van deze strategie.26
Onze nationale en internationale kennis, kunde en inspanningen op
deze terreinen kunnen het toekomstig Nederlands innovatie- en
verdien vermogen verder versterken. Internationaal toon aangevende
agentschappen zoals de IEA en de International Renewable Energy Agency
(IRENA), signaleren daartoe investeringskansen.
Een intensivering van de Nederlandse inzet op zowel multilateraal
als bilateraal niveau draagt bij aan een versnelling van de mondiale
klimaattransitie. Ten eerste is Nederland actief in multilaterale
gremia met als doel om overeenstemming te bereiken over
ambitieuzere sectorale normen en kaders. Hieronder vallen ook
nieuwe internationale afspraken voor het ontwikkelen en het
gebruik van technologieën. Nederland erkent bijvoorbeeld dat
negatieve uitstoot en CO2-opslag mogelijk noodzakelijk zijn en spant
zich in voor toereikende internationale afspraken over dergelijke
nieuwe methodieken. In deze discussies beschouwt Nederland
koolstofverwijdering wel als een acceptabele vorm van geo-
engineering, maar solar radiation management niet.27 Ook verwachten
we veel van de verschillende sectorale initiatieven en breakthrough
agendas die tijdens COP26 zijn gelanceerd. Transities in sectoren als
energie, landbouw, industrie en transport zijn uiteindelijk cruciaal
om de klimaatdoelen te kunnen bereiken, en via uitwisseling van
best practices en (publiek private) samenwerkingsverbanden draagt
Nederland daar aan bij.
Ten tweede richt Nederland zich vanuit bilaterale klimaat-
diplomatie en groen handelsbeleid vooral op de regio’s die
26 Denk hierbij o.a. aan oplaad infrastructuur en batterij innovatie, waterstof,
windenergie op zee, biovergisters, energietransitie glastuinbouw, circulair
design, klimaatneutrale oplossingen steden, vergroening financiële sector,
solar-productielijnen en klimaatdata.
27 In opdracht van het Ministerie van EZK en RVO is het rapport “Quickscan
behoefte naar een onderzoeksprogramma gericht op negatieve CO2-emissie”
opgesteld door Royal HASKONINGDHV en in juni jl. aan de kamer gestuurd. Het
kabinet zal de quickscan benutten om zo mogelijk later dit jaar te komen met
een voorstel voor meer samenhangend onderzoek naar negatieve emissies.
momenteel de grootste en de snelst groeiende uitstoot hebben,
en tevens de grootste transitie-investeringen, zoals Azië en het
Midden Oosten en de Noord Afrika (MENA)-regio. Nederland
heeft na de COP26 in Glasgow zijn nationale ambities verhoogd
om deze in overeenstemming te brengen met het 1,5 gradendoel
van Parijs.28 Nederland verwacht met name van grote uitstoters in
de G20 meer ambitie. Nederland zal die boodschap blijven
overbrengen. De meeste G20-landen hebben inmiddels
ambitieuze lange termijn doelen (klimaatneutraliteit), maar
moeten deze veelal nog doorvertalen naar korte termijn plannen.
Het kabinet zet om deze reden met klimaatdiplomatie in op
ambitieverhoging in NDC’s van grote uitstoters die hun nationale
klimaatplannen nog niet hebben aangescherpt. Dat doen we in
bilaterale contacten en samenwerking met andere landen,
bijvoorbeeld via de EU, de High Ambition Coalition en de Powering
Past Coal Alliance. Nederland opereert waar relevant en mogelijk
met behulp van de EU Global Gateway-programmering en in het
kader van de Nederlandse en EU Indo-Pacific strategieën.
Ten derde realiseren we in armere landen met onze ontwikkelings -
samenwerking toegang tot hernieuwbare energie en dragen we zo bij
aan armoedebestrijding en het behalen van de SDG’s. Zo stimuleren
we dat deze landen vanaf een zo vroeg mogelijk stadium voor een
duurzaam ontwikkelingspad kunnen kiezen. Op deze wijze werkt
Nederland nu al concreet samen met partners voor lokale transities
naar een koolstofarme en circulaire toekomst.
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft grote uitdagingen op het
gebied van klimaatmitigatie, -adaptatie en verduurzaming van de
energievoorziening. Dat geldt voor Europees Nederland, maar ook
voor de autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten (CAS) en
de drie openbare lichamen van Caribisch Nederland: Bonaire, Saba
en Sint Eustatius (BES). De eilanden zijn ieder uniek, maar hebben
net zoals alle kleine eilandstaten in ontwikkeling (SIDS) op het
terrein van klimaat en energie te maken met soortgelijke
vraagstukken. Het kabinet heeft oog voor de problematiek van SIDS,
welke behoren tot de meest kwetsbare tegen de gevolgen van
klimaatverandering. Een goede aanpak is niet alleen in het belang
van het klimaat, maar biedt ook kansen om de leefbaarheid te
vergroten en de economieën te vergroenen. TNO heeft voor de
BES-eilanden een onderzoek uitgevoerd en routekaarten uitgewerkt
naar een klimaatneutrale energievoorziening. De inzet van het
kabinet is om een vergelijkbaar onderzoek te laten uitvoeren voor
de CAS-eilanden. Daarnaast wil het kabinet de dialoog aangaan met
de CAS eilanden over de kansen die waterstof biedt voor vergroting
van het aandeel hernieuwbare energie en voor duurzame
economische groei. Het kabinet wil op korte termijn forse stappen
zetten in de verduurzaming van de elektriciteitsproductie op de
28 Het PBL heeft aangegeven dat de 55%-broeikasgasdoelstelling voor
Nederland grenst aan het tot 2030 maximaal realiseerbare. Door het
Nederlandse beleid te richten op circa 60%-reductie in 2030, kiest het
kabinet een doel dat het maximaal haalbare vertegenwoordigt en volgens
het kabinet in lijn is met het 1,5 °C doel.
8 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
9 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
BES-eilanden. Het kabinet verstrekt meer dan 33 miljoen aan
financiële steun voor de verduurzaming van de elektriciteits-
productie op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Het aandeel duurzame
elektriciteit neemt hierdoor binnen enkele jaren toe van gemiddeld
30% tot 75-80%. Door deze stappen worden de eilanden een
voorbeeld in de Caribische regio en zelfs wereldwijd voor de
mogelijkheden om geïsoleerde eilandelijke elektriciteitsnetten
geheel te verduurzamen. Het kabinet heeft hierbij de ambitie om
met het Koninkrijk een voorbeeld te zijn voor de verduurzaming van
andere kleine eilandstaten.
Adaptatie
De huidige temperatuur is nu al 1˚C boven het pre-
industriële niveau (1850-1900). Zelfs als het lukt om de
opwarming van de aarde onder de 1,5˚C te houden, zal het
noodzakelijk zijn ons op allerlei manieren aan te passen aan een
veranderend klimaat. De sleutel hiertoe ligt in het verminderen van
de kwetsbaarheid en vergroten van de weerbaarheid van mensen
en ecosystemen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De
huidige wereldwijde klimaatadaptatie-inspanningen zijn echter
ontoereikend om de gestegen klimaatstress op te vangen en
klimaatschokken effectief te beheersen. Het IPCC concludeert dat
inmiddels de helft van de wereldbevolking in een situatie van hoge
kwetsbaarheid leeft en dat sommige effecten van klimaat-
verandering reeds onomkeerbaar zijn.29 Wereldwijd neemt de druk
op voedselvoorziening en water toe, met directe gevolgen voor
gezondheid en voedselzekerheid, en voor rurale livelihoods en
leefbare steden, en het bereiken van de SDG’s. De IPCC rapporten
geven de ernst van de klimaatcrisis weer en onderstrepen de
noodzaak van versnelde en ingrijpende adaptatie- en mitigatie-
maatregelen om verdere onomkeerbare schade en verlies
te voorkomen.
In navolging van de Climate Adaptation Summit (januari 2021) blijft
Nederland zich multilateraal inzetten voor voldoende aandacht
voor klimaatadaptatie en verscherpte ambities. De Nederlandse
kennis, kunde en ervaring bieden een duidelijke meerwaarde
om adaptatie-inspanningen in rurale gebieden en in steden te
versterken, met name in de sectoren landbouw en landgebruik en
waterveiligheid, alsook via humanitaire hulp. Via multilaterale
kanalen en in onze partnerlanden zetten we ons onder meer in
voor klimaatslimme landbouw en voedselsystemen, en voor
duurzame landbouwgrondstoffen. Daarbij richt Nederland zich
vanuit ontwikkelingssamenwerking specifiek op de meest
kwetsbare mensen en gemeenschappen, rekening houdend met
lokale behoeften, kennis en ervaringen.30 Naast het verminderen
van klimaatrisico’s en het vergroten van klimaatweerbaarheid op
de korte termijn, is het belangrijk ontwikkelingslanden te assisteren
bij een goede planning en uitvoering van adaptatiemaatregelen
voor de lange termijn. Nationale Adaptatie Plannen (NAP) zijn
hierbij een belangrijk instrument.
In de periode tot 2050 is er specifiek voor adaptatiefinanciering
versterkte aandacht en inzet nodig. De verwachte adaptatie-
kosten van ontwikkelingslanden worden inmiddels geraamd op
ruim USD 140-300 miljard per jaar vanaf 2030 en USD 280-500
miljard per jaar vanaf 2050.31 Het is daarom duidelijk dat
wereldwijd ook meer privaat kapitaal voor klimaatadaptatie zal
moeten worden gemobiliseerd. Nederland is koploper in het
verbeteren van de kwaliteit, kwantiteit en toegankelijkheid van
adaptatie financiering, bijvoorbeeld via de in september 2021
opgerichte Champions Group on Adaptation Finance.
Financiering
Voor het behalen van de mitigatie- en adaptatiedoelen
van het Parijsakkoord zijn wereldwijd veel meer en
grotere investeringen noodzakelijk uit een veelheid van bronnen en
kanalen, en door uiteenlopende donoren. Het kabinet benadrukt
daarom het belang van artikel 2.1c van het Parijsakkoord om alle
financieringsstromen in overeenstemming te brengen met het
Parijsakkoord (Paris Alignment). Het kabinet acht nakoming van de
toezegging gedaan door ontwikkelde landen op klimaattop COP15
in 2009 om, in de jaren 2020 tot 2025, jaarlijks USD 100 miljard te
mobiliseren voor klimaatactie in ontwikkelingslanden van groot
belang voor de mondiale samenwerking onder het Parijsakkoord.32
Nederland wil hier betekenisvol aan bijdragen.
Met onze klimaatfinanciering en onze bijdragen aan internationale
financiële instellingen (IFI’s) verhoogt Nederland de kwaliteit,
kwantiteit en toegankelijkheid van financiering voor klimaatacties
en groene investeringen. Bovendien focust Nederland bij financiële
investeringen enerzijds op de uitfasering van steun aan fossiele
energie activiteiten en anderzijds op het verder verlagen van de
drempels voor groene internationale activiteiten en het verruimen
van voordelen, met name voor het Nederlandse midden- en
kleinbedrijf (MKB). Beide inspanningen zijn in overeenstemming
met de ondertekening van de COP26 verklaring ‘transitie groene
energie en beëindiging van internationale overheidssteun aan de
fossiele energiesector’.33 Daarnaast investeren we extra in groene
publiek-private marktbewerkings strategieën en we vergroenen
onze inzet op publieke infrastructuur in ontwikkelingslanden.
29 IPCC, “Climate Change 2022: Impacts, Adaptation, and Vulnerability”
(februari 2022, ipcc.ch).
30 Nederland onderschrijft de ‘do good’ en de locally led adaptation principes
die we in de praktijk brengen en doorvoeren in ons ontwikkelingssamenwer-
kingbeleid qua besluitvorming, betrokkenheid van groepen en
adaptatiefinanciering.
31 UNEP, “Adaptation Gap Report 2021”, (2021, unep.org)
32 Het gaat om een combinatie van publieke financiering en gemobiliseerde
private financiering.
33 UNFCCC, COP26, ”Statement on International Public Support for the Clean
Energy Transition”, (november 2021,ukcop26.org).
Rijksbrede kijk op klimaat
Onder de coördinatie van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) slaan de verschillende
ministeries van de rijksoverheid internationaal de handen nog steviger ineen. Onze werkwijze is daarbij strategisch, gezamenlijk en
adaptief. Op drie beleidsterreinen versterken we de klimaatlens in de vormgeving van ons beleid.
Klimaat en humanitaire hulp
Klimaat en veiligheid
Klimaat en gezondheid
Nederland draagt bij aan het efficiënter
en effectiever maken van het
internationale humanitaire systeem,
onder meer door de nadruk te leggen
op anticiperende hulp en
rampenparaatheid. Nederland steunt
het ambitieuze plan van de Secretaris-
Generaal van de Verenigde Naties
(SGVN) dat ervoor moet zorgen dat
burgers wereldwijd door vroegtijdige
waarschuwing systemen (early warning)
worden beschermd tegen extreem weer
en klimaatverandering34 en steunt de
vergroening van humanitaire
organisaties. Nederland zet in op het
bieden van duurzame oplossingen en
perspectief voor vluchtelingen, intern
ontheemden en kwetsbare migranten.
We richten ons hierbij op (sociale)
bescherming, onderwijs en
werkgelegenheid (decent work), in
samenwerking met multilaterale en
lokale partners en met aandacht voor
klimaatsensitiviteit. Dit gebeurt binnen
de bestaande internationale kaders en
in overeenstemming met het Global
Compact on Refugees en het Global
Compact on Migration.
Nederland incorporeert in het
veiligheidsbeleid de gevolgen van
klimaatverandering en de klimaat-
transities, en neemt klimaatrisico’s en
-weerbaarheid mee in strategische
contextanalyses, conflictanalyses en
programmering. In concrete sectoren
zoals water, landgebruik en voedsel-
zekerheid, draagt de Nederlandse
kennis over klimaatverandering bij aan
het versterken van klimaat kwetsbaar-
heids- en risicoanalyses. We streven
ernaar multilaterale en internationale
partners en partnerorganisaties te
overtuigen van het belang een
conflictsensitieve benadering toe te
passen in hun klimaatinspanningen.
Nederland is internationaal sterk op het
gebied van duurzame zorgtoepassingen
en circulariteit in de zorg. In het kader
van versterking van gezondheids-
systemen en pandemische paraatheid
wereldwijd, zal de Nederlandse
Mondiale Gezondheid Strategie op
integrale wijze aandacht besteden aan
de link tussen gezondheid en klimaat.
Zo vergroot klimaatverandering onder
meer het risico op verspreiding van
infectieziekten, waarbij ontwikkelings-
landen en gebieden met een zwakke
gezondheidsinfrastructuur onevenredig
hard getroffen worden. Nederland
maakt gebruik van zijn expertise op het
gebied van de One Health-benadering,35
en zet in op innovatieve oplossingen en
internationaal handelingsperspectief
(zoals ontwikkelingssamenwerking,
economische diplomatie en inzet van
het postennetwerk).
34 United Nations News, “https://news.un.org/en/
story/2022/03/1114462”, (maart 2022, news.un.org).
35 De One Health-benadering is de aanpak van
gezondheid vanuit humaan, veterinair en
milieuperspectief, op lokaal, nationaal en
internationaal niveau.
10 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
11 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Actiegerichte en inclusieve aanpak en samenwerking
op dwarsdoorsnijdende thema’s
Vijf elementen zijn leidend in de Nederlandse strategische aanpak en bijdrage
voor klimaatgerichte interventies over de rijksbrede linie van beleidsterreinen:
1
Eerlijke en inclusieve transitie
2
Gender, jongeren en inheemse gemeenschappen
3
Nature-based solutions
4
De Nederlandse
“diamantbenadering”
5
EU-samenwerking
Nederland heeft oog voor de effecten die
de duurzaamheidstransitie in landen kan
hebben op mens en maatschappij en let
op de verdeling van de lasten. Diverse
rapporten (onder meer van het
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
en het Afrikaans-Nederlandse platform
INCLUDE)  signaleren dat de vergroening
van economieën nieuwe en groene banen
brengt, maar dat dit vraagt om
zorgvuldige transitiepaden en speciale
aandacht voor onderwijs en scholing
toegespitst op een duurzame economie
en decent jobs.36 Nederlandse expertise op
het gebied van leefbaar loon, het
uitbannen van kinderarbeid en scholing
kan hieraan bijdragen. Nederland
onderstreept het belang van de ‘Leave No
One Behind’ belofte van de 2030 Agenda in
de verschillende sporen van de
klimaattransitie. Zo is de
duurzaamheidstransitie pas werkelijk
succesvol als iedereen, waar ook ter
wereld, toegang heeft tot duurzame,
betaalbare en betrouwbare moderne
energievoorziening.
36 PBL “Nederland op weg naar een circulaire
economie: Kansen en risico’s voor lage en
middeninkomenslanden”, (2022, pbl.nl). Diverse
Platform INCLUDE rapporten (includeplatform.
net/publications).
Kadir van Lohuizen
Nederland kijkt nadrukkelijk naar de
specifieke impact van klimaatverandering
op vrouwen en meisjes, en inheemse
gemeenschappen, omdat zij onevenredig
hard getroffen worden door de gevolgen
van klimaatverandering. Daarnaast hebben
we speciale aandacht voor jongeren omdat
zij voorop lopen in de strijd tegen
klimaatverandering en de grootste
bevolkingsgroep vormen in veel van de
landen waar we werken. Dit doet Nederland
volgens de Youth at Heart principes37 en door
zelf het goede voorbeeld te geven, met o.a.
de Youth Advisory Committee en de VN
jongerenvertegenwoordigers in de
Nederlandse UNFCCC delegatie en We Are
Tomorrow Global Partnership in 12
partnerlanden. De generatietoets uit het
coalitieakkoord, waarbij nieuwe wet- en
regelgeving getoetst wordt op de effecten
37 Kamerstuk 2020D06643, “kamerbrief:
Jongerenstrategie Ýouth at heart’”, (februari
2020, open.overheid.nl).
ervan voor toekomstige generaties, vormt
ook een uitgangspunt voor de rijksbrede
internationale klimaatinzet. Nederland
versterkt de stem van maatschappelijke
organisaties en zet specifiek in op de
gelijkwaardige en betekenisvolle
participatie van vrouwen, jongeren en
inheemse gemeenschappen, in
onderhandelingen, beleidsvorming en
-uitvoering, en voor betere toegang tot
klimaatfinanciering. Nederland benadrukt
het belang van seksuele en reproductieve
gezondheid en rechten (SRGR) en onderwijs
voor klimaatadaptatie en -weerbaarheid, in
het bijzonder voor meisjes en minder
kansrijke jongeren. Nederland zet middels
een feministisch buitenlandbeleid verder in
op het versterken van gendergelijkheid in
klimaatacties. Nederland zal
genderanalyses en een generatietoets
uitvoeren als vast onderdeel bij het
opstellen en ontwikkelen van nieuwe
internationale klimaatprogramma’s
en -beleid.
Nederland ziet het klimaat in samenhang
met de natuur en spant zich actief in voor
oplossingen die tegelijkertijd bijdragen
aan het keren van het mondiale
klimaatvraagstuk én een positieve
bijdrage leveren aan het beschermen en
herstellen van biodiversiteit. Dit doen we
door te kiezen voor een ambitieuze inzet
op nature-based solutions (NBS) en building
with nature (BWN), onder meer via de
Invest International instrumenten en
handelsbevordering. Nederland deelt
actief kennis en kunde op het vlak van
NBS en BWN in de samenwerking met
derde landen via bijvoorbeeld
ambassades, landbouwraden en bij
multilaterale bijeenkomsten. Nederland
hanteert daarnaast het voorzorgsprincipe
‘do no harm’ om onbedoelde negatieve
effecten van ons handelen, zoals
klimaatacties die nadelig kunnen zijn voor
biodiversiteit en ecosystemen, te
voorkomen en te beperken. Het
versterken van Milieu Effect Rapportage
(MER) systemen is belangrijk voor
Nederland omdat het handvatten biedt
voor het meewegen van die effecten van
investeringsbeslissingen op milieu,
klimaat en biodiversiteit die niet in geld
zijn uit te drukken. Speciale aandacht is
nodig voor de implementatie van
beschermende maatregelen op basis van
MER-analyses.
Nederland heeft veel ervaring in het
samenwerken met private,
maatschappelijke, kennis en publieke
partners en financiers op allerlei
beleidsvraagstukken. Ook is de integrale
benadering van maat schappelijke
vraagstukken en (inter)nationale opgaven
kenmerkend voor de Nederlandse aanpak,
zoals bijvoorbeeld zichtbaar is in het
nationaal Deltaprogramma. Waar
mogelijk en relevant zetten we deze
unieke Nederlandse “diamantbenadering”
in om knelpunten in de groene en
circulaire transitie samen op te lossen en
kansen te verzilveren zodat klimaatacties
worden versneld. Diezelfde aanpak
kenmerkt onze samenwerking met
partners internationaal voor het
verscherpen en opschalen van mondiale
sectorale standaarden, zoals bijvoorbeeld
in de Plastic Pact NL coalitie.38 De
Nederlandse klimaatinzet is science based en
gericht op kennisuitwisseling en
gezamenlijk innoveren.
Ten slotte zijn we ervan overtuigd dat
onze nationale inzet op mondiaal
klimaatbeleid sterker en effectiever is als
we eensgezind als EU opereren. Waar
mogelijk zoekt Nederland daarom deze
samenwerking op en stimuleren we een
actieve externe EU-inzet op klimaat op de
drie pijlers van het Parijsakkoord. Dit
doen we zowel op diplomatiek vlak als via
Team Europe initiatieven en het externe
financieringsinstrumentarium van de EU,
het Neighborhood, Development and
International Cooperation Instrument (NDICI).
Waar EU-breed optreden niet haalbaar is,
zoeken we actief de samenwerking op
met gelijkgezinde EU-partners.
EU Climate Diplomacy
38 Zie Plastic Pact NL, (meermetminderplastic.nl).
12 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
13 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
DEEL B
Inzet in deze kabinetsperiode
Mitigatie
Nederland versnelt wereldwijd de transitie naar netto nul uitstoot en een
volledig circulaire economie in 2050 in de sectoren energie, duurzame
mobiliteit, landbouw en landgebruik, en positioneert zich als partner voor
groene oplossingen.
Energie
Onze klimaatambities zijn sterk verbonden met ons
energiebeleid, in binnen- en buitenland. Om die ambities waar te
kunnen maken zullen bestaande technieken voor het opwekken
van hernieuwbare energie (verder) worden opgeschaald en
nieuwe technieken worden ontwikkeld. Nederland wil dat
internationale samenwerking op dit vlak wederzijds perspectief
biedt. Daarom gaat het kabinet extra investeren in, enerzijds,
landen met een groot potentieel voor hernieuwbare energie,
zodat de energietransitie ter plaatse versneld wordt en een deel
van die energie geëxporteerd kan worden, en, anderzijds, in
landen waar hernieuwbare energie een groot potentieel biedt
voor armoedebestrijding en ontwikkeling, zodat vervuilende
ontwikkelingspaden kunnen worden overgeslagen (leapfrogging).
Het kabinet wil internationale samenwerkingsprojecten met
doorbraakpotentieel mobiliseren. Dat vergt verbeterde
samenwerking met andere landen, maar ook tussen Nederlandse
en internationale bedrijven en kennisinstellingen. Daartoe versterkt
het kabinet de Nederlandse publiek-private dialoog over onze
internationale klimaatopgave en het behalen van de doelen van
het Parijsakkoord, met bijzondere aandacht voor innovatiekracht
van de topsectoren en strategische bijdrage aan de
duurzaamheidstransities.
Met het delen van Nederlandse kennis en kunde kunnen we de
energietransitie in andere landen versnellen en ons eigen
innovatievermogen richting duurzame economische groei
versterken. Nederland versterkt internationale
innovatiesamenwerking op onder meer waterstof, geothermie,
bio-raffinage en carbon capture and storage (CCS). We zetten onder
andere in op artificial intelligence (AI) en cleantech innovaties om de
Nederlandse klimaat- en energietransitie voor transport en
energie te versnellen.39 Hiervoor wordt ook het wereldwijde
Innovatie Attaché Netwerk ingezet.
Nederland werkt aan het opzetten van importketens voor schone
energie, in het bijzonder groene waterstof. Nederland draagt bij
aan de ontwikkeling van een aantal groene waterstofhubs in
prioritaire productielanden voor de Europese en Nederlandse
energievraag, die ter plekke leiden tot duurzame economische
groei. De eerste importstromen van buiten Europa worden
verwacht rond 2025/2026. Samen met buurlanden zet Nederland
zich in om de Noordwest Europese markt in mondiaal verband te
positioneren als afzetmarkt. Met name de samenwerking met
Duitsland is hiervoor van belang. Daartoe verkent Nederland nu
actieve deelname in het Duitse initiatief H2Global.
De functie van de vier Nederlandse havens voor opslag,
verwerking en doorvoer van brandstoffen en grondstoffen ten
behoeve van de Noordwest Europese markt zal in toenemende
mate worden ingezet voor duurzame, op waterstof gebaseerde
brandstoffen en grondstoffen. Continuering van deze
energiehubfunctie versterkt de borging van leveringszekerheid en
voorzieningszekerheid van duurzame energie op de lange termijn.
Hernieuwbare energietechnologie is in vergelijking tot fossiele
energieopwekking zeer intensief in het gebruik van metalen en
mineralen. De overgang naar een schoon energiesysteem is de
snelst groeiende factor in de stijgende vraag naar kritieke
grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen of lithium.40 Dit brengt
uitdagingen met zich mee rondom de leveringszekerheid van
grondstoffen en de manier waarop voldoende grondstoffen
duurzaam gewonnen en (her)gebruikt kunnen worden.
39 Innovatiesamenwerking op CCS en geothermie met VS, waterstoftoepassingen
en technologieën met Japan, Zuid-Korea en China, bio-raffinage met India.
40 IEA, “The Role of Critical Minerals in Clean Energy Transitions” (mei 2021, iea.org).
In aanvulling op het Europees Actieplan Kritieke Grondstoffen
werkt het kabinet daarom aan een nationale grondstoffenstrategie.
Het kabinet ontwikkelt groene energiepartnerschappen in de
BHOS-combinatielanden om het hernieuwbare energie potentieel te
ontwikkelen met het oog op kansen voor het land, voor
investeringen en voor handel. 41 Nederland zoekt meerwaarde in
samenwerking met Europese landen binnen Team Europe.
In internationaal verband sluit Nederland aan bij Just Energy Transition
Partnerships, naar het voorbeeld van het COP26 partnerschap met
Zuid-Afrika. Het kabinet werkt samen met de Nederlandse
Entrepreneurial Development Bank (FMO), Invest International en de
multilaterale ontwikkelingsbanken om de benodigde financiering op
schaal te mobiliseren.
De energietransitie kent specifieke uitdagingen voor
ontwikkelingslanden. Nederland bevordert eerlijke en inclusieve
energietransities en steunt de door de SGVN (en UN Energy)
gelanceerde routekaart voor de versnelling van SDG7, het
ontwikkelingsdoel dat gericht is op universele toegang tot
betaalbare, betrouwbare en duurzame energie op weg naar netto
nul uitstoot mondiaal. Het kabinet verdubbelt de hernieuwbare
41 In de zogeheten combinatielanden zet het kabinet in op een gecombineerde
handels- en ontwikkelingssamenwerkingsbenadering. BHOS beleidsnotitie
2022, “Doen waar Nederland goed in is; Strategie voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking” (juni 2022, open.overheid.nl).
energie doelstelling van onze ontwikkelingssamenwerking om
gebrek aan basisenergie voorziening wereldwijd aan te pakken.
We stellen ons hiermee tot doel om tot 2030 in totaal 100 miljoen
mensen te bereiken met toegang tot hernieuwbare energie. We
ontwikkelen daarbij een nieuwe aanpak van directe steun voor de
allerarmsten in Sub-Sahara Afrika. Het kabinet vergroot de
betrokkenheid van de private sector door het NL Energy Compact
verder uit te bouwen. In onze activiteiten streven we ernaar
tevens de banenkans voor vrouwen en jongeren te verdubbelen.
Door op deze duurzame manier te investeren spant Nederland
zich in voor eerlijke en inclusieve energietransities in andere
landen, met Nederlandse betrokkenheid waar we specifieke
toegevoegde waarde kunnen leveren. Samen met lokale partners
en lokale overheden stimuleert het kabinet inclusieve green job
creation richting een circulaire en op hernieuwbare energie
gebaseerde economie met kansen specifiek voor vrouwen en
jongeren. Investeren in scholing, skills en banen kan duurzame
klimaatkeuzes bevorderen, waaronder het sluiten van mijnen en
kolencentrales, het tegengaan van ontbossing en het initiëren van
projecten voor hernieuwbare energie en circulaire oplossingen.
Circulaire economie
Naast groene energievoorziening benadrukt het kabinet de
mitigatiewinst die de transitie naar een circulaire economie kan
bewerkstelligen. Middels circulaire oplossingen wordt ingezet op
enerzijds het verminderen van het gebruik van grondstoffen en
Foto: Invest International
14 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
15 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
anderzijds het hergebruiken van materialen. Hierdoor kunnen
materialen langer in waardeketens blijven en krijgen
afvalstromen een zo hoogwaardig mogelijke bestemming. Dit
verlaagt emissies in productie, consumptie en in afvalverwerking
langs de gehele keten. Het Nationale Programma Circulaire
Economie 2023-2030 bevat een internationale inzet.42 Hierbij
wordt aangesloten op actie op het Europese niveau, onder meer
het EU Circular Economy Action Plan43 en de externe aspecten
daarvan alsook het EU Action Plan on Critical Raw Materials44.
Nederland zet hierbij ook in op afnemende plafonds voor het
gebruik van primaire metalen en fossiele grondstoffen en het
verhogen van percentages hernieuwbare/hergebruik in
materialen. Om de wereldwijde mitigatiewinst te verhogen,
stimuleert het kabinet de circulaire transitie via multilaterale
kanalen met als doel deze terug te laten komen in NDC’s. Het
kabinet zet daarnaast in op circulaire innovatie in het buitenland
door het beschikbaar stellen van nationale circulaire expertise via
kennisuitwisseling, haalbaarheidsstudies, demonstratieprojecten,
het stimuleren van partnerschappen en het opzetten van
circulaire hubs.
Om de transparantie van uitstoot in waardeketens te verhogen en
scope-3 emissies45 te reduceren, intensiveert het kabinet de
multilaterale en multistakeholder inzet via de EU en via fora zoals het
World Economic Forum (WEF) en het Platform for Accelerating the Circular
Economy (PACE). De sectorale focus is afhankelijk van
transitieprocessen in partnerlanden, maar ligt wat Nederland betreft
op de gebouwde omgeving, chemie, textiel, plastics en elektronische
apparaten, inclusief automotive (batterijen). Dit zijn industrieën
waarin grote mitigatiewinst kan worden behaald of waarin
bijvoorbeeld schaarse grondstoffen worden gebruikt. Het kabinet
intensiveert de bestaande publiek-private partnerschappen zoals de
Denim Deal46 en het Plastic Pact NL. Daarnaast onderzoekt het
kabinet de mogelijkheden voor nieuwe partnerschappen in andere
energie-intensieve sectoren, zoals bijvoorbeeld chemie, en kijkt het
kabinet met aandacht naar mogelijkheden voor circulaire
toepassingen in andere sectoren, bijvoorbeeld via kringlooplandbouw.
Nederland pleit tot slot voor een eerlijke en inclusieve circulaire
transitie waarbij kansen en risico’s voor ontwikkelingslanden
voldoende worden meegewogen in beleid. Samen met lokale
partners en lokale overheden stimuleert het kabinet de
ontwikkeling van circulaire verdienmodellen met kansen specifiek
voor vrouwen en jongeren. Dit draagt bij aan versnelde en eerlijke
42 IenW rapport, “Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2023”,
(september 2021, rijksoverheid.nl).
43 Europese Commissie, “Circular Economy Action Plan”, (maart 2020,
ec.europa.eu).
44 Europese Commissie, “Critical Raw Materials Resilience: Charting a Path
towards greater Security and Sustainability.”(September 2020, eu-lex.
europa.eu).
45 Scope 3 betreft de indirecte CO2-uitstoot van bedrijfsactiviteiten in de
productieketen.
transities en klimaatwinst.
Duurzame mobiliteit en transport
De transportsector neemt mondiaal ongeveer een kwart van alle
CO2-emissies voor zijn rekening.47 Onder huidige scenario’s zullen
deze emissies verder toenemen, voortgedreven door economische
ontwikkeling en bevolkingsgroei.48 Een sterke internationale inzet is
van belang om kansen te benutten en de mondiale transitie naar
zero-emissie in de mobiliteitssector te versnellen voor alle
modaliteiten, inclusief spoor- en wegvervoer, scheep- en luchtvaart.
Nederland heeft daarbij veel te bieden, zoals kennis over de opbouw
van laadinfrastructuurnetwerken, digitalisering, smart mobility,
zero-emissie zones, beleid op slimme en actieve mobiliteit
(fietsinfrastructuur), ontwikkeling van duurzame brandstoffen en de
multistakeholder aanpak omtrent multimodaliteit.
Hoewel de technologieën goed ontwikkeld zijn, is het kwantitatieve
aanbod van met name zero-emissie vrachtwagens en bussen nog te
klein. Nederland zet zich in voor het vergroten van de vraag naar en
het aanbod van zero-emissie lichte, medium en zware voertuigen en
heeft samen met veertien andere landen tijdens COP26 de Global
Memorandum of Understanding (MoU) on Zero Emission Medium and Heavy
Duty Vehicles geïnitieerd (ZE-MHDVs). De ondertekenaars van de MoU
willen dat 30% van de nieuwverkopen van trucks en bussen in 2030
zero-emissie zijn. Tien jaar later, in 2040, moet dat 100% zijn. Het
kabinet streeft ernaar de groep ondertekenaars van het MoU uit te
breiden met vijf tot tien landen.
Nederland zet zich ook in voor wereldwijde kennisuitwisseling op
het gebied van actieve mobiliteit. Dit doen we door het
ontwikkelen van een toolkit voor de uitvoering van het Pan-
European Master Plan for Cycling Promotion, samen met andere
landen in de United Nations Economic Commission for Europe (UNECE).
De Nederlandse fietssector positioneert zich mondiaal met
unieke kennis en ervaring in de Dutch Cycling Embassy. Het kabinet
werkt aan een internationale strategie om het verdienpotentieel
van de transitie naar duurzame mobiliteit te verzilveren.
Wereldwijd wordt er steeds meer geïnvesteerd in duurzame en
gezonde steden, met een belangrijke rol voor de fiets. Dat biedt
kansen voor de Nederlandse fietsensector.
De verduurzaming in de luchtvaartsector verloopt langs twee
sporen met een tijdshorizon tot 2050-2070. Het eerste spoor richt
zich vooral op de verduurzaming van de huidige
straalmotortechnologie en de inzet van Sustainable Aviation Fuel
(SAF).49 Het tweede spoor richt zich op innovatie en
technologische verandering, bijvoorbeeld over energiedragers en
aandrijfsystemen (elektriciteit, waterstof). Als dwarsdoorsnijdend
47 World Resource Institute, “Everything you need to know about the fastest-
growing source of global emissions: Transport”, (oktober 2019, wri.org).
48 OESO, “International Transport Forum Outlook 2021”, (2021, oecd-ilibrary.org).
49 Dit betreft kerosine gemaakt via een duurzame productieketen (bijvoorbeeld
46 Rijkswaterstaat, “Green Deal Circular Denim”, (2022, afvalcirculair.nl).
Power to Liquid, Fischer Tropsch).
thema richt de verduurzaming van de sector zich ook op efficiënter
vliegen. In samenwerking met partners doet Nederland mee aan
technologische innovatieprogramma’s die in gang zijn gezet.
De (Nederlandse) luchtvaartsector zet in op netto nul emissies in
2050.50 Om de luchtvaart sector te ondersteunen, wil Nederland dit
ambitieuze doel ook vastleggen op mondiaal niveau via de
International Civil Aviation Organization (ICAO) als lange-termijn
CO2-reductiedoelstelling, inclusief een roadmap die zich zal richten
op beide bovengenoemde sporen. Teneinde de internationale
normen te verhogen, blijft Nederland inzetten op het Europese
tussendoel om in 2030 55% broeikasgasemissiereductie te
bereiken, waaronder een aanscherping van het EU Emissions Trading
System (ETS), bijmengverplichting voor duurzame brandstoffen,
duurzaamheidscriteria, en verdere internalisering van
maatschappelijke kosten.51 Het kabinet zal samen met de sector
investeren in ultra-efficiënte vliegtuigen, elektrische en thermische
aandrijfsystemen en in het daarbij behorende onderzoek.52
Daarnaast zal het kabinet de inzet van duurzame brandstoffen
blijven stimuleren, en zoekt daarbij ruimte om verder te kunnen
gaan dan de afspraken die gemaakt zijn op Europees niveau.
Nederland streeft in mondiaal verband naar een klimaatneutrale
zeevaartsector in 2050. Het kabinet zet in op deze aanscherping
van de ambitie vóór de herziening van de International Maritime
Organization (IMO) broeikasgasstrategie in 2023. Dit is in
overeenstemming met de bevindingen in het IPCC-rapport, het Fit
for 55-pakket, en de nationale beleidsinzet. Om dit te
operationaliseren wordt in IMO-kader gewerkt aan een pakket
van maatregelen voor de middellange en lange termijn. Dit
pakket zal bestaan uit technische en economische maatregelen.
Een technische maatregel betreft de normering van de
broeikasgasuitstoot van brandstof. Om deze brandstofnormering
te ontwikkelen wordt er gewerkt aan een zogenoemde Life Cycle
Assessment (LCA) methode om de broeikasgasintensiteit van
brandstof te bepalen. Hierbij is de inzet van Nederland en
Europese partners in multilateraal verband dat zowel de bron tot
tank (Well-to-Tank, WtT) als de tank naar kielzog (Tank-to-Wake,
TtW) kwantitatief wordt meegewogen. Voor een economische
ofwel marktgerichte maatregel moet nog een keuze worden
gemaakt uit een emissiehandelssysteem of een heffingssysteem.
Landbouw, landgebruik, bossen & biodiversiteit
Landbouw en verandering van landgebruik (Agriculture, Forestry and
Other Land Use, AFOLU) vormen samen bijna een kwart van de
emissies wereldwijd en de belangrijkste driver van
biodiversiteitsverlies.53 Nederland zet zich internationaal in om
emissies uit landbouw en verandering van landgebruik te
reduceren en biodiversiteit te versterken. Het kabinet versterkt
daarom de strategische inzet voor verduurzaming van de
landbouw waarbij de SDG’s, het Parijsakkoord en het
VN-Biodiversiteits verdrag belangrijke beleidskaders vormen. Het
kabinet ontwikkelt een internationale agenda op dit terrein,
gericht op een Nederlandse inzet in derde landen om productie
binnen de draagkracht van de aarde te laten plaatsvinden.
Daarnaast draagt Nederland bij aan het reduceren van emissies door
verandering van landgebruik en het vergroten van mondiale
koolstofvastlegging en -opslag door behoud en bescherming van het
tropisch regenwoud en andere waardevolle bosgebieden. Het kabinet
blijft zich actief inzetten om de wereldwijde ontbossing en
bosdegradatie uiterlijk in 2030 te stoppen en de in bossen
voorkomende biodiversiteit te beschermen. Bijvoorbeeld door de inzet
voor duurzame en ontbossingsvrije landbouwgrondstoffenketens,
onder andere via het Amsterdam Declarations Partnership, en ambitieuze
EU wet- en regelgeving voor ontbossingsvrije EU productie en
consumptie. In deze initiatieven worden onder meer de handelsketens
van soja, palmolie, cacao, koffie, hout en vlees betrokken. Aanvullend
beleid en een intensivering van de samenwerking met andere
consumerende en producerende landen is echter nodig om
wereldwijde ontbossing daadwerkelijk te stoppen en te voldoen aan
de internationale verklaringen die zowel Nederland als de EU hebben
ondertekend om bossen wereldwijd te beschermen en herstellen. Het
kabinet richt zich op de versterking van coalities met gelijkgezinde
landen, een grotere focus op beleidsbeïnvloeding via de EU en in
multilaterale fora, opschaling van integrale publiek-private
samenwerkingsprogramma’s gericht op een gebiedsgerichte aanpak,
en verduurzaming en innovatie van de financiële dienstverlening.
Het kabinet verdubbelt per 2025 de financiële bijdrage voor het
stoppen van ontbossing in de drie tropische regenwoudregio’s in
navolging van de tijdens COP26 in Glasgow onderschreven Leader’s
Declaration on Forests and Land Use, de Global Forest Finance Pledge en
andere gerelateerde pledges. Deze hebben tot doel om de
internationale inspanningen te verhogen om ontbossing voor 2030
te stoppen. Hiermee levert Nederland ook binnen deze sector een
grotere bijdrage aan het behoud van internationale biodiversiteit,
dat ook in algemene zin prioriteit heeft voor het kabinet. Het
kabinet zoekt actief naar synergie tussen klimaat en biodiversiteit,
vergroot de komende jaren de inzet op nature-based solutions en
draagt er zorg voor dat het gehele BHOS-beleid negatieve impact
op biodiversiteit vermijdt. Als onderdeel hiervan heeft het kabinet
in het handelsbeleid bijzondere aandacht voor biodiversiteit.
50 In lijn met de roadmaps Waypoint 2050 (mondiaal, ATAG (2020)) en
Destination 2050 (Europees, ASD (2021)).
51 Zoals voorgesteld in het FF55-pakket (EU Green Deal).
52 Luchtvaart in Transitie (2021, vaartindeluchtvaart.nl).
53 IPCC, p.11 “Special Report on climate change, desertification, land degrada-
tion, sustainable land management, food security, and greenhouse gas fluxes
in terrestrial ecosystems”, (2019, ipcc.org). IPBES: “Global assessment report
on biodiversity and ecosystem services of the Intergovernmental Science-Policy
Platform on Biodiversity and Ecosystem Services.” (mei 2019, ipbes.net).
16 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
17 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Adaptatie
Nederland werkt wereldwijd aan het verminderen van
klimaatkwetsbaarheid, het versterken van de adaptieve capaciteit
en het verhogen van de klimaatweerbaarheid van mensen en ecosystemen.
Het IPCC beargumenteert dat elke opwarming van de aarde
gepaard gaat met de noodzaak tot klimaatadaptatie. Nederland zet
daarom nationaal en internationaal in op een robuuste adaptatie-
actiecyclus. Nederland is koploper op adaptatiefinanciering door
minimaal de helft van zijn publieke klimaatfinanciering op
adaptatie te richten. Nederland werkt aan geïntegreerde
oplossingen die passen bij de lokale context (locally led adaptation)
waarbij Nederlandse kennis van verschillende sectoren en van
verschillende actoren wordt ingezet om oplossingen en kansen te
co-creëren. Nature-based solutions kunnen een belangrijke rol spelen
in klimaatadaptatie oplossingen en het behoud van biodiversiteit.
Met de Nederlandse kennis en kunde relevant voor klimaat-
adaptatie, en de kenmerkende integrale benadering, alsook onze
internationaal betrokken bedrijven, kennisinstellingen,
maatschappelijke organisaties en jongeren, kunnen we unieke
meerwaarde bieden in sectoren zoals water, landbouw en
landgebruik, en gezondheid. Onze inzet is in eerste instantie gericht
op de kwetsbare gebieden en de zogenoemde climate hotspots54 in
Azië, de MENA-regio en vooral Afrika. In de armste landen willen
we met onze geïntegreerde aanpak voor ontwikkelings-
samenwerking een betekenisvol verschil maken, terwijl in
middeninkomenslanden met partners uit deze landen wordt
samengewerkt om te innoveren en te investeren voor versterkte
(klimaat)weerbaarheid.
Water
De druk op water neemt toe door klimaatverandering,
bevolkingsgroei, vervuiling, productie (industrie en landbouw) en
urbanisatie. Schattingen geven aan dat als de huidige trends
doorzetten, in het jaar 2050 45% van het wereldwijde inkomen,
52% van de wereldbevolking en 40% van de graanproductie in
gevaar zijn.55 Op dit moment leven al meer dan twee miljard
mensen in landen waar de beschikbaarheid van zoet water onder
druk staat en de verwachting is dat in 2030 de vraag naar water
veel hoger zal zijn dan de beschikbaarheid. Tegen 2050 leeft
twee-derde van de wereldbevolking naar verwachting in steden,
waarvan 800 miljoen mensen in steden die kwetsbaar zijn voor
zeespiegelstijging.56 Arme, kwetsbare en gemarginaliseerde
bevolkingsgroepen die veelal in informele structuren leven
worden door deze ontwikkelingen onevenredig hard geraakt.
De UN 2023 Water Conference die mede door Nederland wordt
voorgezeten biedt een unieke kans om de samenwerking binnen
de Nederlandse watersector te intensiveren ten bate van
innovatie, kennis uitwisseling en verdienvermogen in het
buitenland. Dit versterkt de Nederlandse Internationale
Waterambitie (NIWA)57 die inzet op het vergroten van
waterzekerheid en waterveiligheid in de wereld. Nederland zal
multilateraal extra inzetten op het aanjagen van de
uitvoeringsagenda op water en klimaatadaptatie (onder meer via
Nationale Adaptatie Plannen) middels een initiërende rol voor de
Champions Group voor delta’s en kustgebieden en zal daarbij een
zichtbare en coördinerende rol op zich nemen.
Tevens steunt Nederland ontwikkelingslanden bij het opstellen en
uitvoeren van nationale adaptatie plannen. Het kabinet zet daarvoor
specifiek in op het vergroten van de klimaatweerbaarheid door
ambitieverhoging op verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige
delta’s. In het kader van toenemende waterschaarste wordt ook extra
bijgedragen aan optimalisering van watergebruik in de landbouw, de
sector die 70% van het beschikbare zoetwater gebruikt.58 Met digitale
informatiesystemen en nature-based solutions wordt ingezet op
meer water-efficiëntie in de landbouw. Dit doen we zowel.
multilateraal als lokaal, waarbij beleid, wetenschap en uitvoering
nauw met elkaar verbonden zijn. De bestaande programma’s op het
gebied van integraal waterbeheer worden in de komende jaren verder
opgeschaald zodat in 2030 minimaal vier miljoen extra mensen
minder kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Nederland probeert
conflicten te voorkomen door organisaties extra te ondersteunen die
werken aan systemen die op basis van big data inzicht geven in
mogelijke water gerelateerde conflicten en de oplossingen daarvoor
oplossingen daarvoor. Verder zal Nederland met de opschaling zeven
miljoen mensen extra toegang geven tot veilige drinkwater- en
sanitaire voorzieningen die klimaatbestendig zijn.
54 IPCC, hoofdstuk 3 tabel 3.6, “Special report on the impact of global warming
57 Kamerstuk 32605-217, “Nederlandse Internationale Waterambitie”, (2016,
of 1,5 ºC”, (2018, ipcc.org).
open.overheid.nl).
55 UN Water, “SDG6 Synthesis Report 2018 on Water and Sanitation”, (juni
58 FAO, p.9 “Towards a water and food secure future: Critical perspectives for
2018, unwater.org).
policy-makers”, (2015, fao.org).
56 World Economic Forum, “The Global Risks Report 2019”, (januari 2019,
worldeconomicforum.org).
Foto: Ministerie van
Buitenlandse Zaken /
Carel de Groot
Landgebruik en voedselsystemen
Klimaatverandering zorgt voor temperatuurstijging en
wereldwijde degradatie van landbouwgrond. Met name in droge
gebieden in Afrika zijn de, toch al laagproductieve,
voedselproductiesystemen steeds minder in staat om een
groeiende bevolking te voeden. De positie van Nederland in de
voedselketen, de kennis en kunde van het Nederlandse agro-
bedrijfsleven en van kennisinstellingen bieden mogelijk heden om
wereldwijd bij te dragen aan klimaatadaptatie, zoals via
klimaatslimme landbouw en zaadveredeling (weerbaardere
gewassen). Om continuïteit te borgen en meerjarige impact te
realiseren wordt de huidige inzet voortgezet, verstevigd en waar
nodig bijgestuurd. Het kabinet heeft recent zijn steun hernieuwd
voor EUR 150 miljoen aan het multilaterale onderzoek op
landbouw- en voedsel systemen in de context van de klimaatcrisis.
Daarnaast wordt de Nederlandse wetenschap en kennis gesteund
om juist in dit grotere verband een belangrijke bijdrage te leveren
via het partnerschap met de Consultative Group on International
Agricultural Research (CGIAR). Daarmee draagt Nederland concreet
bij aan de mondiale en lokale kennisbasis op klimaatadaptatie
(bijvoorbeeld diversificatie, droogte resistentie), biodiversiteit
(bijvoorbeeld bevordering van agrobiodiversiteit) en mitigatie
(bijvoorbeeld rijst, veeteelt) voor kwetsbare voedselsystemen.
Het kabinet stelt extra budget beschikbaar voor voedselzekerheid
(oplopend tot EUR 100 miljoen structureel), om toegang tot
voedsel voor mensen in klimaatkwetsbare regio’s te vergroten.
We zetten in op verhoogde weerbaarheid van boer(inn)en in met
name de Sahel en de Hoorn van Afrika door de productiviteit te
verbeteren en voedselsystemen duurzamer te maken. Met het
extra budget worden op jaarbasis de komende jaren gemiddeld
vier miljoen mensen extra direct bereikt met activiteiten gericht
op toegang tot betere voeding, twee miljoen kleinschalige
voedselproducenten extra direct bereikt met activiteiten gericht
op het verhogen van productiviteit/inkomen en gaat een miljoen
hectare landbouwgrond extra duurzamer gebruikt worden.
Daarnaast draagt Nederland bij aan het internationale debat,
bijvoorbeeld in de United Nations Framework Convention on Climate
Change (UNFCCC), over klimaatgerelateerde kwetsbaarheden in
voedselsystemen. Nederland bepleit hierbij een brede blik op de
context van het voedselsysteem waarbij we de verschillende
onderdelen (zoals voedsel, water, bodem, biodiversiteit,
landrechten, armoede, economische ontwikkeling en veiligheid)
met elkaar verbinden.
18 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
19 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Financiering
Nederland accelereert wereldwijd de klimaat- en energietransitie
door met publieke middelen meer private financiering te mobiliseren
voor klimaatactie en klimaatadaptatie.
van op klimaatactie gerichte ontwikkelings programma’s en via
met publieke middelen gemobiliseerde private
klimaatfinanciering. In 2025 bedraagt de totale Nederlandse
klimaatfinanciering naar verwachting meer dan EUR 1,8 miljard,
waarbij minimaal de helft van de publieke financiering voor
adaptatie wordt bestemd.61 Nederland spant zich in om aan te
sluiten bij mondiale klimaatinvesteringspakketten zoals EU Global
Gateway en Just Energy Transition Partnerships, bijvoorbeeld door
bijdragen te leveren die ook private investeringen genereren
(zoals Invest International, FMO en handelsbevordering).
Klimaatfinanciering
Nederlandse bijdrage aan de USD 100 miljard doelstelling
2021
1,25 miljard euro
2025
1,8 miljard euro
Het IEA en IRENA hebben laten zien dat het behalen van het 1,5
graden doel vraagt om mondiale investeringen van USD 5.000
miljard per jaar tot 2030. Dat betekent dus een sterke groei van
het mondiale energie-investeringsniveau, in combinatie met een
drastische verschuiving van fossiel naar hernieuwbaar. Hoewel
hernieuwbare energie vaak al goedkoper is, vragen de initiële en
integratiekosten extra financiering. Deze zal grotendeels uit de
markt moeten komen, maar publieke middelen spelen een
belangrijke aanjagende rol. Bij klimaatadaptatie is de rol van
publieke financiering vaak nog groter omdat de economische
voordelen voor een belangrijk deel bestaan uit vermeden kosten.
In overeenstemming met artikel 2.1.c. van het Parijsakkoord zet
Nederland internationaal in op de versterking van prikkels voor
duurzame investeringen, het tegengaan van greenwashing en het
stimuleren van geloofwaardige klimaatactie in de financiële
sector. Daarnaast spant het kabinet zich ervoor in dat financiële
instellingen klimaatrisico’s en klimaatimpact transparant
maken, erover rapporteren en ze integreren in hun brede beleid.
Dit houdt in dat financiële instellingen actief risico’s mitigeren
en investeringen in overeenstemming brengen met het
Parijsakkoord.
Ontwikkelingslanden kunnen de energietransitie en
klimaatadaptatie niet volledig zelf financieren. Dit houdt verband
met beperkte overheidsfinanciën, bestaande schulden, tekort aan
institutionele capaciteit, gebrek aan toegang tot (schone)
technologie en minder interesse vanuit Westerse markten.
Internationale klimaatfinanciering kan een belangrijke bijdrage
leveren.59 Op COP21 is de toezegging van ontwikkelde landen aan
ontwikkelingslanden, om jaarlijks USD 100 miljard
klimaatfinanciering beschikbaar te stellen, verankerd in het
Parijsakkoord. Tijdens COP26 in Glasgow kwamen ontwikkelde
landen overeen om de financiering specifiek bestemd voor
klimaatadaptatie te verdubbelen vanaf 2025.60 Nederland levert
een gestaag groeiende bijdrage aan mondiale klimaatfinanciering
voor ontwikkelingslanden. We doen dit via publieke financiering
publieke
financiering
gemobiliseerde
private
financiering
publieke
financiering
gemobiliseerde
private
financiering
Internationaal toont het kabinet specifiek leiderschap voor het
verder opschalen van ambities ten aanzien van adaptatie-
financiering. We richten ons op de omvang, betere balans,
kwaliteit en toegankelijkheid specifiek voor least developed countries
(LDCs) en Small Island Developing States (SIDS), onder andere via de
Champions Group on Adaptation Finance. Nederland steunt het
initiatief van de SGVN voor een Adaptation Pipelines Accelerator dat
tot doel heeft om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij de
implementatie van eigen prioriteiten op het gebied van
adaptatie. Het Dutch Fund for Climate and Development (DFCD)
financiert private bedrijven met impact op klimaatadaptatie en
klimaatmitigatie en mobiliseert daarbij privaat kapitaal. De
59 Betreft publieke financiering en gemobiliseerde private financiering.
60 Glasgow Pact: Verdubbeling van USD 20 miljard in 2019 naar USD 40 miljard
in 2025.
61 Eventuele budgettaire gevolgen van de Internationale Klimaatstrategie voor
de nationale begroting worden ingepast op de begroting van het beleidsver-
antwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
waterfaciliteit van het fonds heeft bijvoorbeeld USD 675 miljoen
aan publiek en privaat kapitaal aangetrokken voor investeringen
in water en ecosystemen. Met een vervolg op dit klimaatfonds
zal het kabinet een extra impuls geven aan de ontwikkeling en
financiering van klimaatprojecten door de private sector.
Het multilaterale financiële systeem kan een belangrijke bijdrage
leveren aan de vergroeningstransitie. Nederland zet ook bij de
internationale financieringsinstellingen ambitieus in op het in
overeenstemming brengen van portefeuilles met de afspraken
van Parijs en Glasgow en op het stimuleren van koolstofarme en
klimaatweerbare ontwikkelingspaden. Dit zou moeten gelden
voor zowel de directe portefeuilles als voor de investeringen die
plaatsvinden via Financiële Intermediairs. Hiervoor is het van
belang dat IFI’s klimaatafwegingen integreren in hun
risicomanagement en daarmee in hun beleids- en besluitvorming.
Bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zet Nederland in op
sterke implementatie van de in 2021 aangenomen
klimaatstrategie62, waarmee klimaatverandering in alle
activiteiten van het IMF wordt verankerd. Het kabinet vraagt ook
bij de IFI’s om beëindiging van financiering aan de unabated63
fossiele energiesector per 1 januari 2023, met uitzondering van
beperkte en duidelijk gedefinieerde omstandigheden die
consistent zijn met 1,5 graden opwarming. IFI’s zijn goed
gepositioneerd om landen via beleids dialoog en technische
assistentie te helpen bij de ontwikkeling van beleid en plannen
die passen in een groen transitiepad. Nederland investeert in
transformatieve en innovatieve programma’s van de
multilaterale ontwikkelingsbanken om hun potentieel voor
klimaatfinanciering te versnellen in overeenstemming met
Nederlandse beleidsprioriteiten. Nederland heeft samen met
Circle Economy en de Inter-American Development Bank (IDB) het
initiatief genomen tot de ontwikkeling van een internationale
Roadmap Circular Finance om circulaire en klimaatneutrale principes
op te nemen in leen- en investeringspraktijken, en zal de
relevante lessen uit deze Roadmap delen met actoren uit de
internationale financiële wereld, waaronder met IFI’s.
62 IMF, “IMF Strategy tohelp members address climate change related policy
challenges—Priorities, modes of delivery, and budget implications”, (juli
2021, imf.org).
63 Unabated refereert aan industriële processen die bijdragen aan vervuiling
terwijl abated refereert aan technologie of processen die bijdragen aan
verminderen van vervuiling (zoals Carbon Capture and Storage). https://
www.e3g.org/news/explained-what-does-unabated-coal-mean/
20 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
21 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Uitvoeringsinstrumentarium
Nederland: partner voor groei
zonder fossiel
Om de ambities uit deze Internationale Klimaatstrategie te
kunnen realiseren is naast intensivering van de financiering zoals
hierboven beschreven ook een aanpassing op het
instrumentarium nodig. Uitvoeringsinstrumenten dragen zo beter
bij aan het kabinetsbeleid.
Dit doen we allereerst door steun aan internationale unabated
fossiele energie activiteiten uit te faseren, in overeenstemming
met de ondertekening van de COP26 verklaring ‘transitie groene
energie en beëindiging van internationale overheidssteun aan de
fossiele energiesector’ en het coalitieakkoord.64 Tevens wordt
extra geïnvesteerd in het benutten van groene exportkansen en
stimuleren en ondersteunen we organisaties die zich inzetten om
projecten uit te voeren waarbij vergroening en het behalen van
de SDG’s centraal staat. Dit doen we door bestaande
instrumenten verder te vergroenen en deze sterker te richten op
de sectoren die in deze strategie centraal staan. Tot slot liggen in
een groeiende groep hoge- en middeninkomenslanden grote
uitdagingen die tevens kansen bieden voor Nederlandse expertise
en investeringen. In een veertiental middeninkomenslanden ziet
het kabinet grote kansen voor de Nederlandse kennis en kunde
om bij te dragen aan de transities op het gebied van
duurzaamheid en digitalisering. Deze twee transities spelen een
centrale rol in de economie van de toekomst: weerbaar tegen
klimaatverandering en aangesloten op de digitale economie. We
gaan daartoe aan de slag met een gecombineerde benadering
van ontwikkeling, handel en investeringen, waarvoor het kabinet
extra mensen en middelen beschikbaar stelt, zowel in Den Haag
als voor het postennetwerk. Het Nederlandse bedrijfsleven krijgt
een sterke export- en investeringspositie op deze markten en de
combinatielanden krijgen een duurzame economische impuls. De
combinatielanden zijn: Bangladesh, Colombia, Egypte, Ghana,
India, Indonesië, Ivoorkust, Kenia, Marokko, Nigeria, Oekraïne,
Senegal, Vietnam en Zuid-Afrika.65
Vergroenen van financieringsinstrumenten
Voor het MKB worden enerzijds drempels voor groene activiteiten
verlaagd en anderzijds voordelen verruimd om hen zo te helpen
bij het benutten van groene exportkansen (bijvoorbeeld minder
64 Kamerstuk 31793, nr. 202, “Internationale klimaatafspraken: COP26
verklaring Aligning International Public Support for the Clean Energy
Transition”, (november 2021, open.overheid.nl).
65 BHOS beleidsnotitie 2022, “Doen waar Nederland goed in is; Strategie voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking” (juni 2022, open.
overheid.nl).
Invest International
hoge rente, gunstige voorwaarden). Daarnaast wordt extra
geïnvesteerd in groene publiek-private marktbewerkingsstrategieën
voor importketens voor schone energie, zoals waterstof, uit een
aantal landen. Ook vergroent het kabinet de inzet op publieke
infrastructuur in ontwikkelingslanden (via DRIVE en D2B) en streven
we ernaar om 70% van de opdrachten onder elk van deze
instrumenten door Nederlandse bedrijven te laten uitvoeren, met
extra aandacht voor het MKB. We doen dit om duurzame
economische ontwikkeling te bevorderen en tegelijk het innovatieve
vermogen van Nederland wereldwijd maximaal te benutten.
Het is de ambitie van het kabinet om binnen alle fondsen die
FMO namens de staat beheert klimaatrelevante investeringen te
doen in ontwikkelingslanden. Deze ambitie sluit aan bij motie
Van der Lee (35.830 XVII nr.6) omdat hiermee al deze fondsen
klimaatrelevant(er) worden.
Vergroenen van handelsinstrumenten
Het kabinet zet Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (IMVO) hoog op de agenda en streeft naar opname
van klimaatrisico’s onder de gepaste zorgvuldigheidsverplichting in
Europese IMVO-wetgeving. Verder vergroenen we de inzet van
handelsmissies en economische dienstverlening door ambassades.
Het is van belang om onze klimaat- en economische diplomatie
gericht op de energietransitie naast op Azië, ook te richten op
grote fossiele energieproducenten in de Golf-regio, de Verenigde
Staten, Mexico, Zuid-Afrika, Australië en Brazilië.66 De transitie in
66 Zie AtlasBig, “Landen op basis van elektriciteitsopwekking uit fossiele
brandstoffen”, (2022, atlasbig.com).
die landen biedt kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. We
gaan gerichte handelsmissies uitvoeren om de duurzaamheids-
en digitaliseringstransities te ondersteunen en we richten ons op
sectoren en thema’s zoals offshore wind, waterstof, duurzame
mobiliteit, circulaire economie, fintech en agritech. In toenemende
mate organiseren we al handelsmissies op het gebied van
waterstof, water, kustbescherming, en havenontwikkeling. Deze
initiatieven zetten we versterkt voort.
De transitie naar duurzame en inclusieve handel vergt
aanpassingen en inspanningen in ontwikkelingslanden, die
Nederland kan ondersteunen. We doen dit door
multistakeholderdialoog en samenwerking te initiëren en te
faciliteren met onze partners waaronder Initiatief Duurzame
Handel, vakbonden CNV en FNV, de Internationale Labour
Organisation (ILO) en de Power of Voices-partnerschappen.
Bovendien zet het kabinet in op handelsfacilitatieprogramma’s
voor een efficiënter, effectiever en meer duurzaam
functionerende interne markt in Afrika. We zorgen dat
productielanden ook baat hebben bij de nieuwe Europese
regelgeving ten behoeve van keten verduurzaming. Daarom
schalen we impactanalyses op en verbeteren de samenwerking
met Europese partners en maatschappelijke organisaties om
flankerende maatregelen te nemen voor een eerlijke en inclusieve
transitie.
Nederland voert een actief handelsbeleid, waarbij de focus ligt op
een toekomstbestendig handels- en investeringssysteem. Het
kabinet blijft zich in EU-verband inzetten voor versterking en
hervorming van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) ten behoeve
van onder andere een gelijk speelveld en duurzaamheid. Ook in
het kader van handelsverdragen, belangrijke instrumenten voor
het vergroten van EU markttoegang en een platform voor dialoog
over klimaat, zet het kabinet in EU-verband in op hoge
duurzaamheidsstandaarden.
Fossielvrij
Het instrumentarium van de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO) is per 2022 al volledig fossielvrij. Naar aanleiding
van wensen van de Tweede Kamer, en de COP26-verklaring om
per 1 januari 2023 te stoppen met directe overheidssteun voor
internationale fossiele energieprojecten, faseert het kabinet
handelsbevordering (instrumenten en economische diplomatie)
van fossiele energieactiviteiten uit. Alleen als de
energievoorziening in het geding is, of als een aantal specifieke
uitzonderingsgronden gelden, zijn uitzonderingen hierop nog
mogelijk. Het kabinet blijft zo ambitieus, met oog voor een gelijk
speelveld en behoud van het Nederlandse concurrentievermogen.
Klimaatdiplomatie
Nederland werkt samen met gelijkgestemde landen en in
allianties met bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke
organisaties aan klimaatdiplomatie om andere landen aan te
moedigen de mitigatie- en adaptatieambities via NDC’s, en NAP’s
te verhogen en deze naar nationaal beleid te vertalen. Daarnaast
zetten we economische diplomatie in om kansen voor het
Nederlandse bedrijfsleven op het gebied van mitigatie en
adaptatie te verzilveren.
Ook wendt Nederland internationale conferenties en
onderhandelingen aan om bepaalde klimaatthema’s te
agenderen en de druk op andere landen te verhogen. Zo zet
Nederland stevig in op het plaatsen van water in het hart van
klimaatactie. Nederland spant zich ervoor in dat Water for
Climate and Environment één van de voorgestelde thema’s van
de interactieve dialogen is van de VN 2023 Water Conferentie
waarvan Nederland in maart volgend jaar de co-host is. De inzet
van het kabinet op de klimaattop COP27 zal mede gericht zijn op
de voorbereidingen voor de VN 2023 Water Conferentie en het
beïnvloeden van de wereldwijde klimaatgemeenschap voor het
versnellen en opschalen van acties onder SDG6.
Het UNEP World Conservation Monitoring Centre heeft met
Nederlandse steun een platform opgericht waar gebiedsgerichte
toezeggingen van niet-statelijke actoren worden verzameld.
Daarmee worden niet alleen de actoren zelf in staat gesteld
ervaringen uit te wisselen, maar wordt op mondiaal niveau
transparantie en rekenschap bevorderd.
Diplomatie is mensenwerk en effectieve diplomatie vraagt een
sterk postennet. Het kabinet zet de intensivering van het
postennetwerk daarom ook in voor klimaat. Verder worden
posten ondersteund om de nationale transities te versnellen met
bijvoorbeeld het nieuwe RVO-instrument Climate and Energy
Response Facility.
@Cycling_Embassy
22 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
23 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
Afkortingen
AFOLU Agriculture, Forestry and Other Land Use
BES Bonaire, Saba en Sint Eustatius
BHOS Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking
BWN Building with nature
CAS Curaçao, Aruba en Sint Maarten
BZ Buitenlandse Zaken
CCS Carbon capture and storage
CGIAR Consultative Group on International Agricultural Research
COP United Nations Climate Change Conference, of klimaattop
COP26 2021 United Nations Climate Change Conference
DEF Defensie
DFCD Dutch Fund for Climate and Development
EU Europese Unie
EU ETS EU Emissions Trading System
EZK Economische Zaken en Klimaat
FIN Financiën
FMO Nederlandse Entrepreneurial Development Bank
ICAO
IEA
IenW
IFI
ILO
IMF
IMO
IMVO
International Civil Aviation Organization
Internationaal Energie Agentschap
Infrastructuur en Waterstaat
internationale financiële instelling
International Labour Organization
Internationaal Monetair Fonds
International Maritime Organization
Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen
INCLUDE Afrikaans-Nederlands platform van onderzoekers,
beroepsbeoefenaars en beleidsmakers
Intergovernmental Panel on Climate Change, of
VN-Klimaatpanel
IPCC
Colofon
Dit is een uitgave van:
Ministerie van Buitenlandse Zaken en Ministerie van
Economische Zaken en Klimaat
www.rijksoverheid.nl
Rijnstraat 8
2515 XP Den Haag
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
oktober 2022
least developed country
LCA Life Cycle Assessment
LDC
LNV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
LTS Long Term Strategies
MENA Midden-Oosten en Noord-Afrika
MER Milieu Effect Rapportage
MKB midden- en kleinbedrijf
MoU Memorandum of Understanding
NAP Nationale Adaptatie Plannen
NBS nature-based solutions
NDC Nationally Determined Contributions
NDICI EU Neighborhood, Development and International
Cooperation Instrument
NIWA Nederlandse Internationale Waterambitie
OCW Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
PACE Platform for Accelerating the Circular Economy
PBL Planbureau voor de Leefomgeving
RVO Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
SAF Sustainable Aviation Fuel
SDG Sustainable Development Goal
SGVN Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties
SIDS Small Island Developing States
SRGR seksuele en reproductieve gezondheid en rechten
UNECE United Nations Economic Commission for Europe
UNFCCC United Nations Framework Convention on Climate Change
VN Verenigde Naties
VWS Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WEF World Economic Forum
WTO Wereldhandelsorganisatie
24 | Internationale Klimaatstrategie van ambitie naar transitie
