Fiche 1: Wijziging verordeningen betreffende instant payments in euro
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) nr.
260/2012 en (EU) 2021/1230 wat betreft instantovermakingen in euro
b) Datum ontvangst Commissiedocument
26 oktober 2022
c) Nr. Commissiedocument
COM (2022) 546
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-
content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52022PC0546&qid=1669146250363
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
SWD (2022) 546 en SEC(2022)546
f) Behandelingstraject Raad
Raad Economische en Financiële Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Financiën
h) Rechtsbasis
Artikel 114 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
i) Besluitvormingsprocedure Raad
Gekwalificeerde meerderheid
j) Rol Europees Parlement
Medebeslissing
2. Essentie voorstel
a) Inhoud voorstel
In september 2020 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) haar “Retail Payments
Strategy1”. Deze strategie beoogt het bevorderen van het Europese retailbetalingsverkeer door,
1 Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and
Social Committee and the Committee of the Regions on a Retail Payments Strategy for the EU (COM/2020/592
final).
1
onder andere, instant payments aan te jagen2. Een instant payment is een overschrijving in euro,
waarbij het bedrag binnen enkele seconden op de betaalrekening van de ontvanger staat. Het
verschil met een ‘traditionele’ Europese overschrijving3 is dat deze pas uiterlijk aan het einde van
de volgende werkdag aan de begunstigde moet zijn bijgeschreven.
Met dit voorstel wordt de Single Euro Payments Area (SEPA)-verordening4 en de herziene
verordening voor grensoverschrijdende betalingen gewijzigd5. De SEPA-verordening reguleert alle
technische en zakelijke voorschriften voor overmakingen in euro (SEPA Credit Transfers) en
automatische afschrijvingen (SEPA Direct Debits). Het voorstel van de Commissie wijzigt deze
verordening, aangezien instant payments een nieuwe categorie overschrijvingen in euro zijn. Om
ervoor te zorgen dat klanten instant payments in euro ook grensoverschrijdend binnen de EU
gebruiken stelt de Commissie voor om daarnaast de verordening voor grensoverschrijdende
betalingen aan te passen. Hierdoor mogen tarieven voor grensoverschrijdende instant payments in
euro binnen de EU/EER niet hoger zijn dan die voor binnenlandse instant payments in euro, ook als
de prijs voor een grensoverschrijdende betaling niet hetzelfde is als een overeenkomstige
binnenlandse instant payments betaling in nationale (non-euro) valuta.
Met het voorliggende voorstel wil de Commissie het gebruik van instant payments zowel binnen de
landsgrenzen als grensoverschrijdend bevorderen en instant payments in euro beschikbaar maken
voor burgers, ondernemingen en instellingen die in de Europese Unie (EU) of de Europese
Economische Ruimte (EER) een betaalrekening aanhouden. Het doel van dit voorstel is volgens de
Commissie om ervoor te zorgen dat instant payments in euro betaalbaar, veilig en zonder
belemmeringen verwerkt kunnen worden. Daarnaast kunnen bestaande en toekomstige op instant
payments in euro gebaseerde betaaloplossingen voor gebruik bij fysieke en online verkooppunten
volgens de Commissie bijdragen om de afhankelijkheid van internationale betaalkaartnetwerken en
BigTechs in het Europese betalingsverkeer te verminderen.
De Commissie stelt in het voorstel vier maatregelen voor om de beschikbaarheid en het gebruik
van instant payments in euro te vergroten. De eerste maatregel is dat met dit voorstel alle
betaaldienstverleners (Payment Service Providers, oftewel PSP’s) die ‘traditionele’ Europese
overschrijvingen aanbieden in euro’s binnen en buiten de EU verplicht worden om het verzenden en
ontvangen van instant payments in euro aan te bieden aan hun betaalrekeninghouders. Het
voorstel geeft aan dat betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen zijn uitgesloten van de
verplichting vanwege hun beperkte toegang tot betalingssystemen6. PSP’s moeten volgens het
voorstel ervoor zorgen dat de kanalen die betaalrekeninghouders gebruiken voor het plaatsen van
een betalingsopdracht, zoals online bankieren (internetbankieren en mobiele apps van banken),
2 De architectuur voor instant payment bestaat uit verschillende betalingssystemen voor onmiddellijke
afwikkeling van de betaling en de SEPA Instant Credit Transfer Scheme (SCT Instant Scheme) dat in november
2017 werd gelanceerd door de European Payments Council (EPC).
3 De SEPA Credit Transfer (SCT)
4 Verordening (EU) No 260/2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen
en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009.
5 Verordening (EU) 2021/1230 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie.
6 Volgens de Finaliteitsrichtlijn (Directive 98/26/EC) mogen zij niet deelnemen aan de onder die richtlijn
vallende afwikkelsystemen en daarom zijn zij afhankelijk van banken om toegang tot deze systemen te krijgen.
2
telefonische betalingen of via een bankkantoor, hetzelfde zijn voor instant payments als voor een
‘traditionele’ Europese overschrijving. Indien een PSP de mogelijkheid biedt aan
betaalrekeninghouders om betalingsopdrachten voor overschrijvingen in bulkbetalingsbestanden
aan te leveren, dan moet de PSP dezelfde dienst ook aanbieden voor instant payments in euro.
De tweede maatregel in het voorstel van de Commissie is dat de kosten voor een instant payment
in euro niet hoger mogen zijn dan de kosten voor een ‘traditionele’ Europese overschrijving in euro.
Ook mag het tarief voor grensoverschrijdende instant payments in euro niet hoger zijn dan het
tarief voor een ‘traditionele’ grensoverschrijdende Europese overschrijving. Dit geldt ook als de
prijs voor een grensoverschrijdende Europese overschrijving niet hetzelfde is als een
overeenkomstige binnenlandse instant payments-betaling in nationale (non-euro) valuta. De
verordening voor grensoverschrijdende betalingen7 legt deze verplichting al op aan PSP’s voor
‘traditionele’ Europese overschrijvingen.
De derde maatregel is dat PSP’s die instant payments in euro aanbieden, verplicht worden hun
betaalrekeninghouders een dienst aan te bieden waarbij kan worden gecontroleerd of het
ingevoerde rekeningnummer (het IBAN) en de naam van de ontvanger (de begunstigde) van de
betaling overeenkomt met de naam zoals die bij de PSP bekend is. De PSP moet de betaler, nog
voordat deze de betaling autoriseert, waarschuwen voor een eventuele vastgestelde afwijking.
Hierbij moet de PSP de mate van afwijking aangeven, bijvoorbeeld of er sprake is van geen
overeenkomst of een bijna volledige overeenkomst tussen het IBAN en de naam van de
begunstigde. De betaler mag zelf besluiten of hij, ondanks de uitkomst van de controle, de instant
payment in euro wil laten uitvoeren. De betaalrekeninghouder kan de PSP niet aansprakelijk stellen
voor een instant payment die is verstuurd naar een onbedoelde begunstigde8. Dit beginsel blijft
ongewijzigd, ongeacht of een betaalrekeninghouder wel of geen gebruik maakt van de IBAN-naam
controle. Volgens het voorstel mogen PSP’s een vergoeding vragen voor het gebruik van een
dergelijke dienst en zijn gebruikers niet verplicht om de dienst te gebruiken. Het verwerken van
persoonlijke gegevens binnen deze dienst moet conform de Algemene Verordening
Gegevensbescherming plaatsvinden9.
Ten slotte worden PSP’s die instant payments in euro aanbieden verplicht een geharmoniseerde
sanctiescreeningprocedure te volgen. In het voorstel is opgenomen dat PSP’s verplicht zijn om ten
minste eenmaal per dag hun klanten te controleren aan de hand van EU-sanctielijsten en direct na
de binnenkomst van eventuele nieuwe of gewijzigde namen op de sanctielijst. Dit betekent dat een
PSP deze controle niet meer uitvoert tijdens de verwerking van een instant payment in euro. Bij
‘traditionele’ Europese overschrijvingen blijft het screenen op sanctielijsten per transactie wel het
geval. Wanneer de PSP van de betaler of de PSP van de begunstigde de vereiste verificatie niet
uitvoert en vervolgens betrokken is bij de uitvoering van een instant payment in euro aan een
7 Deze verordening verplicht, onder andere, dat de kosten voor overmakingen (SEPA Credit Transfers) en
automatische afschrijvingen (SEPA Direct Debits) in euro binnen de EU en de EER-landen gelijk zijn aan de
kosten voor binnenlandse betalingen in de nationale valuta.
8 Dit volgt uit de herziene Richtlijn Betaaldiensten (PSD2, Directive 2015/2366).
9 Verordening (EU) 2016/679
3
betaler of begunstigde die onderworpen is aan EU-sancties, is deze PSP aansprakelijk voor de
financiële schade die voortvloeit uit boetes voor het niet correct naleven van sanctieregelgeving.
Lidstaten moeten volgens het voorstel sancties vaststellen die van toepassing zijn bij de inbreuk op
de verplichting om een sanctiescreeningprocedure te volgen. In het geval van rechtspersonen
moeten de administratieve boetes ten minste 10% zijn van de totale jaarlijkse netto-omzet van de
desbetreffende rechtspersoon in het voorgaande boekjaar. In het geval van natuurlijke personen
moeten de administratieve boetes ten minste 5 mln. euro zijn of, in de lidstaten die de euro niet
als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid.
b) Impact assessment Commissie
Uit het impact assessment van de Commissie volgt dat er sinds de introductie van een
gemeenschappelijke set aan regels voor instant payments in 2017 nog steeds te weinig gebruik
wordt gemaakt van instant payments in euro. Instant payments worden slechts door twee derde
van de Europese PSP’s, die ook ‘traditionele’ Europese overschrijvingen als dienst aanbieden,
aangeboden en vertegenwoordigen ongeveer 11% van alle overschrijvingen in euro in de EU.
Volgens de Commissie is dit problematisch, omdat dit zorgt voor niet-gerealiseerde voordelen en
efficiëntiewinsten en een beperktere keuze aan betaalmiddelen, met name bij
grensoverschrijdende transacties binnen de Unie. Uit het impact assessment van de Commissie
volgt dat er verschillende oorzaken zijn voor het lage gebruik van instant payments. Zo zijn er te
weinig prikkels voor PSP’s om instant payments in euro aan te bieden aan de betaler. Ook worden
er veel instant payments afgewezen doordat personen ten onrechte worden gemarkeerd als
verdacht bij de sanctiescreening. Daarnaast wordt de betaler in veel lidstaten afgeschrikt door de
hogere transactiekosten voor instant payments ten opzichte van een alternatieve betaling en is de
betaler volgens de Commissie bezorgd over de veiligheid van instant payments.
Volgens de Europese Commissie is een wetgevend voorstel op EU-niveau noodzakelijk om deze
belemmeringen voor het gebruik van instant payments weg te nemen. Zo kan het benodigde
netwerkeffect van instant payments niet behaald worden met nationale wetgeving, zal een
individuele lidstaat niet het gebruik kunnen verhogen van grensoverschrijdende instant payments
en levert een EU-benadering bovendien schaalvoordelen en daarmee lagere operationele kosten.
Het voorstel moet het gebruik van instant payments in euro vergroten, waardoor het merendeel
van de overschrijvingen in euro in de EU in de toekomst via instant payments zal gaan. Volgens
het impact assessment moeten er een aantal verplichtingen komen voor PSP’s die de
geïdentificeerde oorzaken voor het lage gebruik aanpakken:
1. Een verplichting voor PSP’s die reguliere Europese overschrijvingen aanbieden om ook het
verzenden en ontvangen van instant payments in euro aan te bieden.
2. Een verplichting om niet meer in rekening te brengen voor een instant payment dan voor
een ‘traditionele’ overschrijving in euro.
3. Een verplichting voor sanctiescreening in de vorm van zeer frequente controle van cliënten
of zij op EU-sanctielijsten staan in plaats van voor elke afzonderlijke transactie.
4
4. Een verplichting om een dienst aan te bieden waarmee klanten op de hoogte kunnen
worden gesteld van wanneer er een mismatch gedetecteerd wordt tussen de naam van de
begunstigde en het bankrekeningnummer (IBAN) zoals opgegeven door de betaler.
De bovenstaande eisen zullen onder andere worden ingevoerd door een wijziging van de SEPA-
verordening, die op dit moment al van toepassing is op andere soorten girale eurobetalingen
waaronder ‘traditionele’ Europese overschrijvingen. De vereisten met betrekking tot screening van
sancties en de bescherming van de betaler zijn beperkt tot instant payments in euro en moeten de
frictie wegnemen dat er instant payments in euro niet kunnen worden verwerkt, omdat er personen
ten onrechte worden gemarkeerd als personen die op de EU-sanctielijst staan. Dit speelt op dit
moment met name bij de verwerking van grensoverschrijdende instant payments in euro.
Volgens het impact assessment zijn er materiële, maar proportionele, eenmalige
implementatiekosten voor PSP’s die nog geen instant payments aanbieden en voor de meeste
PSP’s om ervoor te zorgen dat een betaler kan nagaan of het IBAN overeenkomt met de naam van
de begunstigde. Het impact assessment geeft aan dat de doorlopende kosten beperkt zullen zijn.
Volgens het impact assessment zouden de kosten voor kleinere PSP’s lager zijn dan voor grotere.
Volgens de Commissie zouden de kosten in de loop van de tijd in evenwicht moeten komen met de
besparingen. Dit komt doordat PSP’s zullen besparen op de nieuwe aanpak voor sanctiescreening,
minder tijd zullen besteden aan fraude (vanwege de IBAN-naam controle), minder kosten hebben
voor het afhandelen van contant geld en cheques, en effectiever kunnen concurreren met
gevestigde exploitanten op de plaats waar goederen of diensten worden gekocht bij een handelaar,
en om innovatieve op instant payments-gebaseerde oplossingen bij fysieke en
onlineverkooppunten aan te bieden.
Volgens het impact assessment wordt een breed scala aan voordelen verkregen door verbeterde
liquiditeit en cashflow, wat ten goede zou komen aan de ontvangers van instant payments in euro.
Meer gebruik van instant payments zal ook de ontwikkeling van nieuwe betaaloplossingen
stimuleren, zodat instant payments kunnen worden gebruikt om goederen en diensten te kopen,
met name bij grensoverschrijdende transacties. Dit zal de concurrentie in de sector vergroten en
kostenbesparingen opleveren voor handelaren, die deze besparingen mogelijk verwerken naar de
klant. Daarnaast kunnen bestaande en toekomstige op instant payments in euro gebaseerde
betaaloplossingen voor gebruik bij fysieke en online verkooppunten bijdragen om de
afhankelijkheid van internationale kaartschema’s en BigTechs in het Europese betalingsverkeer te
verminderen.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinetsbeleid beoogt een veilig, betrouwbaar, efficiënt en toegankelijk betalingsverkeer te
waarborgen.10 Daarbij beoogt het beleid bij te dragen aan innovatie in de sector, met voldoende
waarborgen op het gebied van consumentenbescherming en privacy. In Nederland worden vrijwel
10 Zie ook https://www.rijksoverheid.nl/documenten/vergaderstukken/2020/11/01/fiche-5-mededeling-
strategie-voor-retailbetalingen
5
alle Europese overschrijvingen die via internetbankieren en mobiele apps zijn geïnitieerd als instant
payments in euro verwerkt. Bij meer dan 95% van de betaalrekeningen in Nederland is het
mogelijk om instant payments in euro te verzenden en ontvangen. Hierbij merkt het kabinet op dat
de beweging naar instant payments in Nederland als standaard een beweging is die vanuit de
markt geïnitieerd is en niet via wet- en regelgeving. Verder bieden de meeste banken in Nederland
al een dienst aan om na te gaan of de naam van de begunstigde en het bankrekeningnummer,
zoals opgegeven door de betaler, overeenkomt.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie om de toepassing van instant payments in
Europa te bevorderen. In Nederland worden vrijwel alle Europese overschrijvingen die via
internetbankieren en mobiele apps zijn geïnitieerd als instant payments in euro verwerkt zonder
aanvullende kosten. Echter, in veel andere EU-landen is dit nog niet het geval of wordt dit als
(betaalde) premiumdienst (ten opzichte van ‘reguliere’ Europese overschrijvingen) aangeboden.
Met het voorstel wordt de bereikbaarheid en toegankelijkheid van instant payments in Europa
verbeterd. Daardoor wordt het mogelijk om ook grensoverschrijdende overschrijvingen in euro via
instant payments te laten lopen. Dit draagt bij aan een veilig, betrouwbaar, efficiënt en
toegankelijk betalingsverkeer en het Europese concurrentievermogen.
Het voorstel verplicht alle PSP’s die zowel binnen als buiten de eurozone ‘traditionele’
overschrijvingen in euro aanbieden om ook instant payments in euro aan te bieden.
Betaalinstellingen en elektronische geldinstellingen kunnen instant payments vrijwillig aanbieden.
Volgens de Finaliteitsrichtlijn11 mogen zij niet deelnemen aan de onder die richtlijn vallende
afwikkelsystemen en daarom zijn zij afhankelijk van banken om toegang tot deze systemen te
krijgen en zodoende deze dienst aan te kunnen bieden. De Commissie geeft in hun voorstel aan
dat dit kan worden aangepast zodra de Finaliteitsrichtlijn wordt herzien. In Nederland worden
instant payments in euro op dit moment nog voornamelijk aangeboden door PSP’s die
retaildiensten aanbieden aan consumenten (banken). Onder dit voorstel moeten PSP’s, die reeds
‘traditionele’ Europese overschrijvingen in euro als dienst aanbieden aan consumenten en zakelijke
klanten, ook instant payments in euro aanbieden. Daarnaast verplicht het voorstel PSP’s om
bulkbetalingsbestanden met overschrijvingsopdrachten (zoals salarisuitbetalingen) die worden
aangeboden door hun zakelijke klanten, via instant payment in euro aan te bieden als zij dit ook
aanbieden voor ‘traditionele’ Europese overschrijvingen. Momenteel worden bulkbetalingen door
sommige banken al als instant payment uitgevoerd wanneer hier capaciteit voor is, maar dit is nog
niet de standaard. De verplichting om bulkbetalingsbestanden ook via instant payment in euro aan
te bieden, betekent dat PSP’s en afwikkelondernemingen hun infrastructuur moeten aanpassen en
mogelijk moeten opschalen om het mogelijk te maken om een grote hoeveelheid instant payments
in euro binnen een aantal seconden te verwerken. Het kabinet vindt het belangrijk dat PSP’s die
zakelijke partijen de mogelijkheid aanbieden tot het aanleveren van bulkbetalingsbestanden
voldoende tijd krijgen om hun systemen aan te passen om deze overschrijvingsopdrachten als
11 Richtlijn 98/26/EC betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en
effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen.
6
instant payments in euro te (laten) verwerken. Uit het voorstel volgt niet duidelijk hoe de Europese
Commissie tot de voorgestelde implementatietermijnen is gekomen en of deze termijnen
voldoende tijd bieden om de systemen aan te passen. Het kabinet wil de Commissie hiernaar
vragen en wil vragen welke waarborgen er worden genomen om eventuele capaciteitsproblemen bij
het verwerken van bulkbetalingsbestanden via instant payments in euro te voorkomen.
Het kabinet steunt het voorstel van de Commissie om de verplichting op te nemen dat de tarieven
voor een instant payment in euro gelijk zijn aan die van een ‘traditionele’ Europese overschrijving
in euro. Volgens het kabinet is dit belangrijk om een betere marktpenetratie van instant payments
te realiseren. In Nederland bieden banken instant payments al tegen dezelfde prijs aan als een
‘traditionele’ overschrijving in euro.
In het voorstel is opgenomen dat een instant payment in euro binnen tien seconden bij de
begunstigde moet zijn. In Nederland heeft de sector aanvullende afspraken gemaakt om de
betaling binnen maximaal vijf seconden op de bankrekening van de ontvanger te hebben staan.
Het is voor het kabinet belangrijk dat de mogelijkheid blijft bestaan om op nationaal niveau
afspraken te maken om instant payments sneller te versturen. Daarnaast is in de SEPA Credit
Transfer (SCT) Instant Scheme een maximale limiet van 100.000 euro voor grensoverschrijdende
instant payments opgenomen. In Nederland is er geen maximale limiet voor uitgaande en
inkomende betalingen specifiek voor instant payments. Op basis van het voorstel is het niet
duidelijk of de Commissie een maximale limiet wil instellen voor grensoverschrijdende instant
payments betalingen. Het kabinet zal de Commissie vragen hoe zij hiermee om wil gaan.
De verplichting in het voorstel voor PSP’s om een dienst aan te bieden die nagaat of de combinatie
van het bankrekeningnummer (IBAN) en de naam van de begunstigde overeenkomt voordat de
betaling wordt geautoriseerd, is grotendeels gebaseerd op een al bestaand Nederlands
marktinitiatief. Een door een van de banken gesponsorde start-up ontwikkelde enkele jaren
geleden een dienst om de combinatie van het IBAN en de naam van de rekeninghouder te
verifiëren zoals geregistreerd door de begunstigde bank en bekend bij de initiërende bank, de
‘IBAN-Naam Check’. Op dit moment werkt de IBAN-Naam Check in Nederland alleen nog bij
Nederlandse bankrekeningnummers. Het merendeel van de Nederlandse banken gebruikt deze
functie al om fraude en onbedoelde begunstigden te voorkomen. Het kabinet vindt het belangrijk
dat deze functionaliteit aansluit bij het al bestaande initiatief in Nederland. In het voorstel van de
Commissie staat dat PSP’s een vergoeding mogen vragen voor het gebruik van de functie en dat
gebruikers niet mogen worden verplicht om de dienst te gebruiken. Het kabinet vindt dat de functie
automatisch aangeboden zou moeten worden aan gebruikers om fraude en onbedoelde
begunstigden te voorkomen. Dit is ook hoe het op dit moment in Nederland geregeld is. Daarnaast
vindt het kabinet dat de functie, net als in Nederland, zonder extra tarifering moet worden
aangeboden om het gebruik ervan te stimuleren.
Volgens de Commissie moet een geharmoniseerde aanpak voor sancties PSP’s rechtszekerheid
bieden en belemmeringen bij de effectieve uitvoering van instant payments in euro wegnemen,
zonder afbreuk te doen aan de effectiviteit van sanctiescreening. Het is voor PSP’s op dit moment
7
onmogelijk om binnen 10 seconden te verifiëren of bij de transactie in kwestie personen zijn
betrokken die op EU-sanctielijsten staan, waardoor een dergelijke transactie op dit moment vaak
onterecht wordt afgewezen. Daarnaast is het momenteel niet altijd duidelijk voor PSP’s in hoeverre
zij klanten van klanten moeten screenen en beschikken zij niet altijd over de benodigde informatie
om deze screening uit te voeren. Het voorstel van de Commissie lijkt een duidelijke keuze te
maken om op EU-niveau sanctiescreening van enkel klanten toe te passen, wat voor noodzakelijke
duidelijkheid zorgt voor PSP’s. Tegelijkertijd kan het voorstel duidelijker verwoorden dat deze
verplichting ziet op klanten van PSP’s en niet op klanten van klanten van PSP’s. Daarnaast is het
niet duidelijk of dit voorstel een verbod legt op het screenen van transacties tijdens de uitvoering
van een transactie, hoe omgegaan moet worden met het screenen aan de hand van nationale
sanctielijsten en hoe omgegaan moet worden met andere screenings die plaatsvinden bij instant
payments in euro. Een ander aandachtspunt is de verplichting om direct na inwerkingtreding van
een sanctieverordening de screening uit te voeren, nu dat in de praktijk niet mogelijk is door het
laat beschikbaar zijn van een machine-readable document. Het kabinet wil daarom benadrukken
dat een machine-readable versie van de geconsolideerde sanctielijst of de aanvullingen
beschikbaar zou moeten komen tegelijk met de sanctieverordening.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Over het algemeen is het voorstel goed ontvangen door lidstaten. In Nederland worden vrijwel alle
via internetbankieren en mobiele bank apps geïnitieerde Europese overschrijvingen als instant
payments verwerkt, maar in andere EU-landen is dit nog niet het geval of wordt dit als (betaalde)
premiumdienst aangeboden ten opzichte van ‘reguliere’ Europese overschrijvingen. Het kabinet
verwacht om die reden dat er lidstaten zullen zijn die meer tijd willen om instant payments te
implementeren en er mogelijk lidstaten zijn die vinden dat instant payments een premiumdienst
zou moeten blijven. Daarnaast zijn er door een aantal lidstaten zorgen geuit over eventuele
problemen met privacy en aansprakelijkheid bij een functionaliteit om het bankrekeningnummer en
de naam van de begunstigde te checken op afwijkingen.
Het Europees Parlement zal het voorstel behandelen in het ECON-comité, heeft nog geen
rapporteur aangewezen en heeft zich tot dusver niet uitgesproken over het voorstel.
4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
a) Bevoegdheid
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief. Het voorstel is gebaseerd
op artikel 114 VWEU. Dit artikel geeft de EU de bevoegdheid om maatregelen vast te stellen inzake
de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die
de instelling en de werking van de interne markt betreffen. Het kabinet kan zich vinden in deze
rechtsgrondslag. Dit voorstel beoogt naar het oordeel van het kabinet de werking van de interne
markt, aangezien het makkelijker wordt om grensoverschrijdende betalingen in instant payments
in euro plaats te laten vinden. Het voorstel zorgt ervoor dat instant payments in euro betaalbaar,
veilig en zonder belemmeringen verwerkt kunnen worden.
Op het terrein van de interne markt is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de Unie en de
lidstaten (art. 4, lid 2, sub a VWEU). Deze rechtsgrondslag is ook gebruikt voor de wetgeving die
met dit voorstel wordt gewijzigd (de SEPA-verordening en de herziene verordening voor
8
grensoverschrijdende betalingen) en deze grondslag wordt ook gebruikt bij andere wetgeving op
het gebied van betalingsverkeer, zoals de herziene richtlijn betaaldiensten (PSD2).
b) Subsidiariteit
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit van het voorstel is positief. Dit
voorstel ziet op het bevorderen van het gebruik van instant payments in euro in de Europese
Economische Ruimte. Om instant payments in euro te kunnen gebruiken moet zowel de bank van
de betaler als van de ontvanger de dienst aanbieden. Instant payments worden op dit moment nog
niet voldoende aangeboden door PSP’s in verschillende lidstaten. Aangezien een lidstaat zelf het
gebruik van grensoverschrijdende instant payments in euro binnen de Europese Unie en de
Europese Economische Ruimte niet kan stimuleren, is het volgens het kabinet wenselijk en
gerechtvaardigd om op EU-niveau op te treden.
c) Proportionaliteit
Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel als positief. Het impact assessment van
de Europese Commissie laat zien dat het gebruik van instant payments in euro in sommige landen
achterblijft. Dit voorstel ziet op het bevorderen van het gebruik van instant payments in euro in de
Europese Economische Ruimte en doet dit door een aantal verplichtingen op te leggen aan PSP’s.
Het voorgestelde optreden van de Commissie is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat
het PSP’s die ‘traditionele’ Europese overschrijvingen in euro’s aanbieden verplicht om ook instant
payments in euro aan te bieden. Bovendien legt het voorstel een verplichting op aan PSP’s om
geen hogere tarieven te rekenen voor een instant payment in euro dan het tarief dat zij vragen
voor ‘traditionele’ Europese overschrijvingen. Daarnaast gaat het voorgestelde optreden niet verder
dan noodzakelijk, omdat de Commissie voorafgaand aan het opstellen van het voorstel heeft
bezien welke stappen de markt zelf kan zetten om instant payments in te voeren en zij op basis
van het impact assessment tot dit voorstel met verplichtingen is gekomen. Ook gaat het voorstel
niet verder dan noodzakelijk doordat een gefaseerde invoering wordt voorgesteld en zijn
betaalinstellingen en elektronische geldinstellingen op dit moment niet opgenomen in het voorstel,
omdat zij op grond van de Finaliteitsrichtlijn niet kunnen deelnemen aan afwikkelsystemen die zijn
aangewezen in het kader van deze richtlijn. Deze non-bancaire instellingen kunnen wel op
vrijwillige basis instant payments in euro aanbieden aan klanten.
5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke
aspecten
a) Consequenties EU-begroting
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Europese Unie. Nederland is van
mening dat eventuele benodigde middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad
afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat deze moeten passen bij een
prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden
Lidstaten dienen toezichthouders aan te wijzen die toezien op de naleving van de verordening.
Hoewel het kabinet hier nog geen definitief besluit over heeft genomen, ligt het in de rede om dit
9
toezicht te beleggen bij De Nederlandsche Bank (DNB) en/of de Autoriteit Financiële Markten
(AFM). In Nederland houdt DNB al toezicht op de SEPA-verordening. Daarnaast houdt de AFM
toezicht op de verordening voor grensoverschrijdende betalingen. Of, en zo ja in welke mate, deze
toezichthouders meer middelen nodig hebben voor het toezicht op de aanpassingen in deze
verordeningen hangt af van de uiteindelijke vormgeving van dit voorstel. Uit de Wet bekostiging
financieel toezicht 2019 (Wbft 2019) volgt dat partijen die onder toezicht staan van de AFM en/of
DNB de toezichtkosten bekostigen. In deze situatie zijn de gevolgen voor de rijksoverheid dus zeer
beperkt. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het
beleidsverantwoordelijk departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
c) Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
In Nederland biedt een groot deel van de PSP’s die retailbetalingen aanbieden al instant payments
in euro aan. Via meer dan 95% van alle betaalrekeningen in ons land kunnen instant payment
verstuurd en ontvangen worden. Naar verwachting zullen de financiële consequenties voor deze
partijen relatief beperkt zijn ten opzichte van de lidstaten waar instant payment in euro nog niet
als het ‘nieuwe normaal’ wordt gezien. De Nederlandse PSP’s die nog geen instant payments
hebben geïntroduceerd, zullen hiervoor implementatiekosten moeten maken. Ook PSP’s die nog
geen dienst aanbieden om te zorgen dat een betaler kan nagaan of het rekeningnummer
overeenkomt met de naam van de begunstigde zullen hiervoor implementatiekosten moeten
maken.
Volgens de Commissie zijn de doorlopende kosten beperkt en moet de kostenimpact op termijn
neutraal worden. Dit vanwege besparingen op sanctiescreening, minder inspanningen van de PSP
voor opvolging van fraude en vermindering van fouten en de mogelijkheid om effectiever te
kunnen concurreren met gevestigde exploitanten en het aanbieden van innovatie betaaloplossingen
bij fysieke en online verkooppunten op basis van instant payments, ook voor grensoverschrijdende
betalingen binnen de Unie. De kosten voor kleinere PSP’s om aan de verplichting te voldoen zouden
volgens de Commissie lager zijn dan voor grotere PSP’s. Volgens de Commissie zullen MKB-
bedrijven profiteren van een betere cashflow zonder dat voor hen de kosten die zijn gerelateerd
aan het betalingsverkeer zullen veranderen. Het kabinet wil de Commissie vragen om een verdere
onderbouwing van de kosten en opbrengsten voor PSP’s.
Het voorstel zou volgens de Commissie niet voor meer kosten voor bedrijven, burgers of
overheden zorgen, aangezien dit voorstel niet zal leiden tot meer toezicht op PSP’s of specifieke
rapportageverplichtingen.
Dit voorstel heeft vermoedelijk geen tot beperkte gevolgen voor de regeldruk/administratieve
lasten van PSP’s die instant payments en de IBAN-naam controle al hebben ingevoerd. Dit is
anders voor de PSP’s die deze diensten nog niet aanbieden. Ook kan de lastendruk van partijen die
zakelijke klanten de mogelijkheid bieden tot het aanleveren van bulkbetalingsbestanden voor
‘traditionele’ Europese overschrijvingen omhooggaan, omdat zij onder dit voorstel ook instant
payments voor deze betalingstransacties moeten aanbieden. Deze partijen moeten maatregelen
nemen om dit mogelijk te maken. Het kabinet vindt het belangrijk dat deze partijen voldoende tijd
10
krijgen om hun systemen aan te passen om deze overschrijvingsopdrachten als instant payments
in euro te (laten) verwerken en zal hier aandacht voor vragen.
d) Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Met dit voorstel introduceert de Commissie een uniform regelgevend kader voor de gehele EU. Het
voorstel heeft naar verwachting positieve impact op de concurrentiekracht van de EU als geheel,
omdat dit belemmeringen in het betalingsverkeer wegneemt. Meer gebruik van instant payments in
euro zal ook de ontwikkeling van nieuwe betaaloplossingen stimuleren, met name bij
grensoverschrijdende betaaltransacties binnen de Unie, omdat op instant payments-gebaseerde
betaaloplossingen bij zowel fysieke als online verkooppunten kan worden gebruikt om goederen en
diensten te kopen. Volgens de Commissie moet meer keuzemogelijkheid bij verkooppunten de
afhankelijkheid van internationale betaalkaartnetwerken en BigTechs verminderen. Het kabinet
verwacht dat er aanvullende investeringen nodig zijn om als op instant payments-gebaseerde
betaaloplossingen bij fysieke en online verkooppunten te kunnen concurreren met deze partijen.
6. Implicaties juridisch
a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid
Het voorstel betreft aanpassingen van twee bestaande verordeningen, namelijk de SEPA-
verordening en de herziene verordening voor grensoverschrijdende betalingen. Volgens het
voorstel zijn lidstaten zelf verantwoordelijk om sancties in te richten voor PSP’s die niet aan de
vereisten voldoen. Deze sancties moeten volgens het voorstel doeltreffend, evenredig en
afschrikkend zijn. In de SEPA-verordening zal een lid worden toegevoegd met een minimumniveau
voor sancties die nationale autoriteiten kunnen opleggen voor het niet naleven van de EU-
sanctieverplichtingen. De lidstaten moeten volgens het voorstel de Commissie notificeren over de
sancties die van toepassing zijn in hun jurisdictie. Mocht artikel 5d, tweede lid, een verbod
betekenen op het screenen van sanctielijsten tijdens de verwerking van een instant payment, is
een aanpassing van de Regeling toezicht Sanctiewet 1977 vereist.
b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Niet van toepassing.
c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum
inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
De inwerkingtreding wordt voorzien op de twintigste dag na officiële publicatie. De Commissie stelt
vier verschillende data voor de toepassing van de vereisten voor de PSP na de inwerkingtreding
voor, namelijk:
1. Ontvangen van instant payments in euro in de eurozone: 6 maanden;
2. Verzenden van instant payments in euro in de eurozone: 12 maanden;
3. Ontvangen van instant payments in euro buiten de eurozone: 30 maanden;
4. Verzenden van instant payments in euro buiten de eurozone: 36 maanden.
De verplichting dat tarieven voor instant payments in euro niet hoger mogen zijn dan een
‘traditionele’ Europese overschrijving treedt voor lidstaten binnen de eurozone 6 maanden na de
11
inwerkingtreding van de wetgeving in werking. Betaaldienstverleners die in lidstaten buiten de
eurozone zijn gevestigd moeten twee jaar later aan deze verplichtingen voldoen, ofwel 30
maanden na inwerkingtreding. De verplichting voor de PSP om na te gaan of de naam en het IBAN-
nummer van de gebruiker overeenkomt, wordt binnen de EU 12 maanden na de inwerkingtreding
van toepassing en voor PSP’s buiten de eurozone 36 maanden na inwerkingtreding. Daarnaast
geldt de eis aan de PSP om vanaf 6 maanden na inwerkingtreding dagelijks te controleren of er
personen en entiteiten zijn onderworpen aan EU-sancties. Een lidstaat moet 4 maanden na de
inwerkingtreding vaststellen welke sancties van toepassing zijn op inbreuk van artikel 5a t/m d en
maatregelen nemen om deze uit te voeren. De lidstaten moet de Commissie 8 maanden na
inwerkingtreding op de hoogte stellen van deze regels en maatregelen.
Het kabinet heeft vragen over de voorgestelde implementatieperiodes vanwege de uitvoerbaarheid
voor PSP’s die instant payments en de IBAN-naam controle check nog niet hebben ingevoerd, hun
systemen moeten aanpassen en voor PSP’s die onder dit voorstel hun zakelijke klanten ook het
aanleveren van bulkbetalingsbestanden met daarin overschrijvingsopdrachten als dienst
aanbieden, die deze dienst ook voor instant payments in euro moeten gaan aanbieden.
d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
In het voorstel is geen evaluatiebepaling opgenomen. Wel zal de implementatie van instant
payments gecontroleerd worden op basis van gegevens van de European Payments Council (EPC),
die eigenaar en beheerder is van het SEPA Credit Transfer (SCT) en SEPA Instant Credit Transfer
(SCT Inst.) schema, en gegevens van de Europese Centrale Bank (ECB) en de EBA. Het voorstel
geeft aan dat er geen nieuwe rapportagevereisten zijn voor PSP’s. Het kabinet kan zich vinden in
deze werkwijze.
e) Constitutionele toets
Niet van toepassing.
7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving
De aanpassingen van de verordening lijken voor het merendeel van de PSP’s in Nederland goed
uitvoerbaar, omdat de technische vereisten voor SCT Inst. lijken op de standaard die de banken in
diverse landen al met elkaar hadden afgesproken. Mogelijk zal het voor een aantal Nederlandse
PSP’s wel lastig zijn om aan de implementatietermijnen te voldoen. Zoals eerder aangegeven ligt
het in de rede om, hoewel het kabinet meer tijd nodig heeft om hier een definitief besluit over te
nemen, de AFM en/of DNB aan te wijzen als nationale toezichthouders. Het kabinet zal met de
toezichthouders in gesprek gaan om een exacte verdeling van taken te onderzoeken. De
toezichthouders kunnen bij besluit aangewezen worden. Het controleren van alleen eigen klanten
voorkomt dat PSP’s een screening moeten uitvoeren waarbij ze over weinig informatie beschikken
en hiervoor beperkt nader onderzoek kunnen doen. Het toezicht op de andere entiteiten die onder
de verordening vallen wordt belegd bij nationale toezichthouders, die door de lidstaten zelf
aangewezen dienen te worden. Zoals elders aangegeven ligt het in de rede om de AFM en DNB te
belasten met het toezicht op de naleving van deze verordening, aangezien deze toezichthouders
ook al toezicht houden op de SEPA-verordening (DNB) en de verordening voor
12
grensoverschrijdende betalingen (AFM). Het kabinet dient hier echter nog een definitief besluit over
te nemen in een later stadium.
8. Implicaties voor ontwikkelingslanden
Dit voorstel heeft geen implicaties voor ontwikkelingslanden.
13
